Voorbij het materiële denken

Harrie Bielders

Boeken, verhalen, gedachten .......

Voorbij het materiële denken.

Een kleine filofofie over het leven.



1. Voorwoord.

 

Ik kwam rond mijn 20ste in aanraking met Filosofie op het Filosoficum in Velaines in België. Ook al koos ik na 2 jaar voor bouwkunde, architectuur en facility management, denken over hoe het leven in elkaar zit, waar we vandaan komen en waar we naar toegaan, denken over hoe we optimaal tot bloei kunnen komen, bleef een vast onderdeel van mijn bezigheden en vormde de grondslag voor mijn werk als architect, docent en consultant: gebouwen en steden vormgeven en managementfilosofieën ontwikkelen met als uitgangspunt het scheppen van optimale omstandigheden voor onze persoonlijke groei en ontwikkeling tot vrije, bewuste en liefdevolle mensen, want dat is naar mijn mening de essentie en het doel van het leven.

Rond mijn 70ste ging ik op zoek naar antwoorden op zeven belangrijke levensvragen en schreef ik het boek ‘Zeven vragen over het leven’. Nu, na bijna 75 jaar geleefd te mogen hebben, probeer ik woorden te vinden voor het feit dat ik me niet thuis voel in een wereld waar alles wat niet aanwijsbaar en bewijsbaar als niet waar wordt verklaard en waarin vragen over de zin van geboorte, leven en dood uit de weg worden gegaan. De uitkomsten van deze zoektocht heb ik vastgelegd in dit boekje, in een kleine filosofie over het leven, of in de taal van mijn filosofiejaren: Un petit mémoire de mes pensées.


 2. Voorbij het materiële denken.

 

Ik houd van het ritme van de jaargetijden, van de opeenvolging van de nachten, ochtenden, middagen en avonden, van de voortdurende beweging van gisteren naar vandaag en morgen, van al deze bewegingen die me meevoeren, me in beweging houden op de stroom van het leven naar alsmaar verder.

Deze voortdurende bewegingen hebben me nieuwsgierig gemaakt naar waar ik vandaan kom en naartoe ga en ik heb mogen ontdekken dat, zoals ik me jaar in jaar uit door de jaargetijden beweeg, ik dat ook doe door de verschillende levensfasen en -sferen hier op deze aarde en in het buitenaardse, in een eeuwig durende spiraal van sferen die me helpen op de weg van mijn groei en ontwikkeling, de essentie van leven, naar mijn uiteindelijke eindbestemming.

 

Hoewel we steeds verder in het heelal kunnen kijken, beperkt onze kijk op het leven zich steeds meer tot de tijd en ruimte op deze aarde. Daardoor wordt onze kijk op het leven steeds benauwder en zijn we ons gevoel voor beweging van het leven door tijd en ruimte kwijtgeraakt. Omdat we niet meer weten waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan, weten we ons geen raad meer met dit leven en zoeken we koortsachtig naar zingeving.

Maar misschien moeten we ons eerst zó benauwd gaan voelen dat we wel moeten uitbreken uit deze beperktheid van zien en ervaren. Ook dat is een natuurlijk ritme waar we blijkbaar niet aan kunnen ontkomen. Maar na de herfst en de winter komt altijd weer een nieuwe lente.

 

Het televisieprogramma ‘Adieu God?’ waarin Tijs van den Brink in gesprek gaat met BN’ers over de rol van spiritualiteit in hun leven, laat de vaagheid zien van onze antwoorden op zingevingvragen met betrekking tot ons leven hier op aarde en op vragen wat er hiervoor was en wat er hierna zal of zou kunnen zijn. Velen komen niet verder dan dat er misschien wel een of andere hogere macht bestaat die aan de basis van ons leven staat en iets met ons leven te maken heeft en dat er wellicht ‘iets’ is na de dood.

 

Hadden we eeuwen lang uitgesproken spirituele visies die ons leven richting gaven, tegenwoordig komen we vaak niet verder dan een vaag geloof dat de term ‘Ietsisme’ heeft gekregen, en duwen we alles wat niet bewijsbaar is weg uit ons willen weten. De vermaterialisering van ons voelen en denken heeft ons afgesloten van het nieuwsgierig onderzoeken van de wonderbaarlijke en intrigerende processen en werkelijkheden die achter de tastbare en zichtbare werkelijkheid schuil gaan. Diep in ons is er wel het willen weten, maar het zoeken en praten erover wordt doorgaans geremd doordat het wordt bestempeld als zwijmelarij of zweverigheid.

 

Het is begrijpelijk dat alles wat met geloof en godsdienst te maken heeft, verdacht is geraakt door het dictatoriale karakter van vele godsdiensten, door de vele verkeerde interpretaties van hun oorspronkelijke fundamenten en bronnen en door misstanden in hun instituten, maar dat wil niet zeggen dat iedere kijk op de spirituele kant van ons bestaan daarom als onjuist of onwaar betiteld kan en mag worden. Geloven dat er niets was en niets zal zijn na dit leven is trouwens ook een geloof.

 

We beseffen vaak niet dat de optiek van waaruit we naar de wereld kijken, bepaalt wat we zien, voelen en doen, hoe we oordelen, wat we nastreven, kortom hoe we ons leven leven.

 

‘Je overtuigingen worden je gedachten,

je gedachten worden je woorden,

je woorden worden je daden,

je daden worden je gewoontes,

je gewoontes worden je waarden,

je waarden worden je lotsbestemming.’

 

Mahatma Gandhi, 1869-1948.

 

Als we denken dat er buiten de zichtbare wereld niets is, belemmert dat ook onze kijk op de wereld en ons leven. En dat is wat o.a. de wetenschap op dit moment doet. Zij verklaart alles wat niet aanwijsbaar en bewijsbaar is volgens de door haarzelf opgestelde criteria als niet waar. Iedereen die buiten dit kader denkt, is op zijn minst verdacht en ze doet daardoor hetzelfde wat bijvoorbeeld een aantal radicale godsdienstige en politieke stromingen deden en doen: wij stellen de regels en iedereen die zich daar niet aan houdt, is een afvallige, een ‘ongelovige’ en wordt geëxcommuniceerd. Ik behoor zeer zeker tot de geëxcommuniceerden van zowel de kerk als van de wetenschap en dat voelt heel vrij.

 

Ik voel me niet thuis in hun gevangenissen van denken en in een wereld waarin we vragen over de zin van geboorte, leven en de dood uit de weg gaan of de antwoorden daarop worden voorgeschreven. Ik kan niet accepteren dat alles wat er is en gebeurt als toevalligheden uit het niets komt vallen, dat alles er voor niets is en geen onderdeel is van een voortdurend geleid proces naar alsmaar verder.

Mijn diepste overtuiging is dat alles een oorzaak, een betekenis en zin heeft op weg naar alsmaar verder dat uiteindelijk zal leiden naar iets glorieus. Waarom zien we het vallen en opstaan van een kind dat leert lopen als een noodzakelijk proces om zich uiteindelijk op een letterlijk vlotte manier door het leven te kunnen bewegen en kunnen we al onze beperkingen en ons geworstel op deze aarde niet ervaren als onderdeel van het noodzakelijke proces naar een prachtige manier van leven en zijn.

Als we om ons heen kijken en onze eigen ervaringen nader beschouwen, zijn de wegen die we lopen vaak vol obstakels, stijl en moeilijk beloopbaar, maar wel noodzakelijk om te kunnen genieten van het uitzicht dat we hebben als we ‘de top’, onze droom bereikt hebben. Het streven naar hoger, beter, naar het bereiken van toppen, onze diepste dromen realiseren, zit diep in ons, in alles trouwens. Kijk hoe in de lente alle zaadjes ontkiemen en zich met veel moeite en kracht door de weerbarstige aardkorst worstelen om daar tot bloei te komen: hun en onze bestemming.

 

We zijn het filosoferen verleerd. Mijn filosofieleraar zei: ‘Philosophie, c’est douter’, filosoferen is twijfelen, voordurend je inzichten durven inruilen voor betere’. Eerst dachten we dat de aarde plat was, nu weten we beter, ondanks de verkettering door degene die bleven hangen in de ‘platte’ opvatting.

Filosofie betekent ‘wijsbegeerte’, het verlangen naar kennis en wijsheid. Ik zoek voortdurend naar antwoorden omdat er steeds nieuwe vragen in me opkomen omdat ik wil weten, het onbekende wil ontdekken zoals heel veel mensen dat doen vanuit de drang naar bewustzijn, naar willen weten. Het samen zoeken en het uitwisselen van de ontdekkingen levert voortdurend nieuwe inzichten en door de overeenkomsten ervan krijgen ze glans en verlichten ze het weten.

In de jaren zestig leefde ik te midden van een generatie jongeren die zich wilde ontworstelen aan de versteende en dwingende opvattingen van de toen heersende instituten. We wilden leven vanuit onze eigen eigenheid, geen iedereen zijn, maar onszelf, met ieder zijn eigen kwaliteiten en groeimogelijkheden. We waren op de eerste plaats ergens vóór en dat hield in dat we ook ergens tegen waren omdat we ons er niet in thuis voelden.

In deze tijd zijn er heel veel mensen die zich niet meer thuis voelen in het materialistische en verwetenschapte denken dat lijkt op het denken dat de aarde plat is, en die weten dat er buiten de materie een heel grote onzichtbare werkelijkheid bestaat waarvan het materiële maar een heel klein onderdeel is. Ze zijn niet bang om naar de rand van de aarde, van dit leven te lopen en daar naar beneden te donderen, ze weten dat de aarde rond is en dat onze wegen, onze levens alsmaar verder gaan.

Bij hen voel ik me thuis en met hen mag ik al lange tijd meelopen op hun zoektocht naar de onzichtbare grote werkelijkheid. Hun bevindingen geven mijn leven zin, inspireren me in mijn doen en laten en stimuleren me om alsmaar verder te zoeken. Enkele belangrijke zoekers met wie ik mocht meelopen in de zoektocht achter de zichtbare werkelijkheid worden op het einde van dit verhaal vermeld in de literatuurlijst.

Dit verhaal ‘Voorbij het materiële denken' is een onderdeel van de zoektocht naar de rand van ‘de platte aarde’ waarop ik u graag wil meenemen, om te kijken wat daar door velen in het verleden en heden is ontdekt.


De wereld en alles erop kan niet bestaan zonder de verbondenheid met de vele energievelden er omheen. Wij denken dat de aarde een gesloten systeem is, dat ik, een dier of plant kan bestaan binnen de dampkring van de aarde, maar ik heb moge ontdekken dat de eigenlijke levenskrachten waardoor alles en iedereen is ontstaan en blijft leven en waarmee we verbonden zijn zich buiten ons en deze aarde uitstrekken. De aarde en wij zijn een klein onderdeel van een heel groot geheel dat zelfs verder reikt dan het heelal.

 

Volgens de vermaarde professor in de natuurkunde Rupert Sheldrake ontstaat en krijgt alles en iedereen zij specifieke vorm doordat alles verbonden is met een specifiek morfogenetisch energieveld. Iedereen en alles heeft een ontvanger, een ‘simkaart’ (zoals bij een smartphone) die de energie van het specifieke morfische veld kan opvangen en zijn werk kan laten doen.

Hetzelfde geldt voor onze hersenen, ze zijn onze computer die de signalen van onze ziel, ons bewustzijn en van ons lichaam opvangen en vertalen in lichamelijke gewaarwordingen en acties. We zijn niet onze hersenen, zoals de neurowetenschapper Dick Swaab beweert in zijn boek ‘Wij zijn ons brein’, maar wij hebben een brein, hersenen zoals we ook een hart en lever hebben.

Tijdens het geboorteproces is ons IK, onze ziel geïncarneerd in een lichaam. Ons lichaam heeft instincten die gericht zijn op overleven en die, zoals bij dieren, neigen naar macht, overheersing, egocentrisme en strijd. Onze ziel reikt echter naar liefde en verbinding, omdat we uit en door Liefde zijn geboren, onze oorsprong en eindbestemming.

Zowel ons lichaam als onze ziel sturen impulsen naar onze hersenen waar ze worden omgezet in veelsoortige gewaarwordingen en reacties, prettige en onprettige, instinctieve, intuïtieve en gewogen. Om te overleven hebben we gelukkig overlevingsneigingen, instincten en de hiermee samenhangende instinctieve reacties, maar om te leven als mens hebben we onze zielenneigingen naar liefde, vrijheid en bewustzijn en hebben we een geweten: diepere normen en waarden die ons kritisch laten kijken naar wat we voelen, denken en doen. Gewetensontwikkeling is zielontwikkeling.

Als we de neiging hebben om iemand in een bepaalde situatie te slaan, kunnen we dat doen vanuit een instinctieve neiging, maar we kunnen ook onze zielimpulsen een rol laten spelen en een afweging maken om tot een gewogen, bewuste actie over te gaan conform onze diepere normen en waarden, onze zielenwaarden. Wat we uiteindelijk doen met al die impulsen wordt niet beslist in onze hersenen maar in een energieveld dat zich buiten ons lichaam uitstrekt, in ons bewustzijnsveld dat zich niet in onze hersenen bevindt. Onze hersenen zijn met ons bewustzijnsveld verbonden en vertalen die beslissing in aangepast, voelen, denken en handelen.

 

Ik heb vaak moeite om naar natuurfilms over dieren te kijken omdat ik daarin, naast de prachtige plaatsjes en de ingenieuze levensprocessen, ook voortdurend de beelden zie van onze ‘dierlijke kant’, beelden van zoals wij als mensen vaak met elkaar omgaan: de territorium- en bezitsdrift, de macht van de sterkste, de voortdurende angst om de prooi te zijn van anderen, de slachtingen onder elkaar, enzovoort. En tegelijk ben ik dan blij met het feit dat we meer zijn dan een dier, dat we een ziel hebben die onder andere als functie heeft onze dierlijke kant en de daarmee samenhangende impulsen te verheffen, op te tillen naar een hoger energie- en levensniveau. Alles is vanuit het Licht gekomen en zal daar weer naar terugkeren. Zelfs rotsen zullen eens oplossen in licht.

 

Terugkerend naar onze ingebed zijn in velden van energie, kunnen we ons afvragen of we onze energie alleen krijgen van het voedsel dat we eten, het zonlicht dat we ontvangen en de zuurstof die we inademen. Bestaat de mogelijke dat ons lichaam, naast de energie van voedsel, zonlicht en zuurstof, eveneens energie ontvangt uit andere energievelden en dat bijvoorbeeld voedsel, net als de benzine in een motor, er voor zorgt dat ons lichaam in de juiste conditie blijft om die energie optimaal te kunnen ontvangen en te gebruiken? Vele culturen erkennen al eeuwen het bestaan van chakra’s die op een rij nabij onze ruggenwervel liggen en die vanuit het energiekanaal dat van onze kruin naar onze voeten loopt op 7 plekken in ons lichaam de binnenkomende aard- en ‘hemelenergieën’ als transformatoren omzetten in de energie voor de verschillende lichaamsfuncties en de hiermee samenhangende psychische functies.

 

De benadering vanuit energievelden, morfische velden, kan ook verklaren waarom uitvindingen vaak bijna tegelijkertijd op verschillende plaatsen in de wereld worden gedaan zonder dat de uitvinders daar contact over hebben. We staan in contact met creatieve energievelden en krijgen er zowel ‘ideeën’ door maar voegen onze ‘ideeën’ er ook aan toe, niet alleen wij maar ook alle wezens in het heelal. De betreffende energievelden groeien daardoor, zoals onder andere ontdekt werd bij het leren van nieuwe handigheden door muizen. Muizen leerden in een laboratorium met veel moeite om bijvoorbeeld op een slimme manier aan voedsel te komen en moesten daarvoor een aantal nieuwe handelingen verrichten. Toen ze die hadden geleerd, leerden andere muizen op verre afstand deze nieuwe handelingen sneller dan de muizen die die voor het eerst hadden moeten leren.

 

De benadering vanuit energievelden zou ook een verklaring kunnen zijn voor vele andere verschijnselen. Ikzelf heb meegemaakt dat ik geraakt werd door de bijzondere energie van de jaren zestig die wereldwijd zijn invloed had. Ik had er niet over gelezen, pas toen ik er eenmaal onderdeel van was. De energie van die tijd verbond groepen mensen, deed hen samen optrekken, ze waren letterlijk begeesterd door een totaal andere manier van voelen en denken, niet echt verklaarbaar vanuit opvoeding, omgeving en geografische factoren. Ik ben ervan overtuigd dat het ontstaan van dit soort energievelden worden gestuurd en gevoed van buitenaf en wel op het moment dat wij daar als mensen aan toe zijn. We zijn onderdeel van een complex universum en we worden geholpen op onze levenswegen van groei en ontwikkeling door krachten die buiten ons zichtveld liggen.

 

Als ik schrijf, heb ik vaak het gevoel dat wat ik schrijf van buiten tot mij komt en ik het alleen vorm geef in woorden. Naderhand denk ik vaak: ‘Heb ik dat geschreven!?’. Hetzelfde geldt voor nieuwe ideeën. De grondpatronen komen tot me en ik doe er iets mee.

We zijn onderdeel van energievelden: we tanken ervan en voegen er nieuwe energie aan toe. Ik ben ervan van overtuigd dat alles wat ik denk, voel en doe invloed heeft, ook al sluit ik me op in een grot. Mijn energie heeft invloed op een groot aantal energievelden die er om ons heen zijn en waarmee we in verbinding staan. Ik kan ze versterken in positieve zin. Maar ik kan me ook laten beïnvloeden door negatieve velden, negatieve manieren van denken en doen en deze versterken door mijn eigen negatief voelen, denken en handelen eraan toe te voegen. Denk maar aan de negativiteit die er hangt rond het denken en handelen van bijvoorbeeld fascisten, populisten en IS. Ik en wij allen bepalen door ons wijze van voelen, denken en handelen ‘de sfeer’ in huis, in onze steden, in ons land en in de wereld en zijn er daardoor medeverantwoordelijk voor. Elke gedachte en handeling hebben invloed. We zijn coscheppers van het heelal.

 

Alles is energie, zelfs rotsblokken. Zij hebben een verdichte energie met een lage trillingsgraad. Licht daarentegen heeft een zeer hoge trillingsgraad. De trillingsgraad van bijvoorbeeld emoties kan verschillend zijn en is voelbaar voor alle betrokkenen. Zo kennen we lichte en zware emoties, blije en droevige, optimistische en pessimistische, angstige en nieuwsgierige. De aard van onze emoties hebben invloed op onze omgeving. Soms hebben mensen, ruimtes of plekken een bepaalde sfeer, voelen ze als vrolijk, open of neerslachtig en beklemmend. Iedereen draagt bij aan die sfeer door zijn manier van zijn. We prefereren allemaal een positieve sfeer. Daarin kunnen we beter groeien en bloeien, zoals zelfs ook planten uitbundiger groeien en bloeien in een positieve omgeving.

Alles waar we letterlijke en figuurlijk onze positieve energie aan geven groeit. Als we onze energie steken in het maken van muziek, in voetballen, in een bepaalde studie en beroep, in aandacht voor anderen of wat dan ook, neemt ons kennis en kundigheid op die gebieden toe, en ook de groei en werking van de verschillende hersenonderdelen die hiermee samenhangen. We zijn niet alleen coscheppers van het heelal, maar ook van onszelf, van onze hersenen, van ons denken, voelen, willen, en doen, van ons lichaam en van ons geweten, onze ziel.

 

Materie heeft een lage energiefrequentie, het onzichtbare zoals gedachten en emoties een hogere. Denkend in energiefrequenties is het duidelijk dat er wezens en dingen zijn die onzichtbaar zijn voor ons omdat ze een energiefrequentie hebben die wij niet kunnen ‘waarnemen’ met onze beperkte aardse zintuigen. Beweren dat er geen buitenaardse wezens zijn en geen etherisch, spirituele wezens die bij en om ons heen zijn om ons te leiden en te beschermen, is dan ook alleen gestoeld op het paradigma dat wat we niet kunnen zien ook niet bestaat. Ze bestaan.

Interessant in deze context zijn de ervaringen dat het net is of iemand ons wakker schudt als we bijvoorbeeld dreigen in te slapen achter het stuur, en de ervaring dat als we de deur uitlopen het net is of iemand ons influistert dat we iets vergeten zijn. ‘Engelbewaarders’ bestaan.

 

We hebben een energieveld om ons heen dat zich buiten ons zichtbare lichaam uitstrekt. Komt iemand in dat veld, dan voel je die persoon zonder dat je hem ziet of hij je aanraakt. Je voelt dat iemand naar je kijkt of achter je staat. Er zijn mensen die dat veld, onze aura, kunnen zien en voelen en er uit kunnen afleiden hoe we in ons vel zitten en hoe het met onze gezondheid gesteld is. Ik ken iemand die me vertelt hoe het met me gaat als ik hem opbel. Hij hoort het aan mijn stem en aan de energie die ik uitzend in het contact.

Vele mensen hebben de ervaring dat ze aan iemand denken die daarna opbelt of aanbelt. Iemand belt je op een zend van tevoren, doordat hij aan je denkt, zijn energie naar je uit, hij verbindt zich letterlijk met je energieveld en daardoor komt zijn signaal bij jou binnen voordat de bel of telefoon rinkelt, als je op dat moment tenminste in een zodanige gesteldheid bent dat je het subtiele contact kunt voelen. Als Reikimaster kan ik mensen, waar ze ook zijn, energie zenden die hen positief beïnvloedt.

 

Sommige mensen zijn gevoeliger voor energieën, sferen dan anderen. Deze gevoeligheid kunnen we ontwikkelen en zal in de nabije toekomst toenemen omdat de trillingsenergie op deze aarde is toegenomen en zal toenemen doordat:

  • een groot aantal mensen spiritueler gaat leven;
  • een nieuwe stand van de planeten een nieuw energieveld opent (we gaan van het Vissentijdperk naar een nieuw zonnejaar van 26.000 jaar dat in het teken Waterman staat);
  • door invloed van de vele groepen spirituele wezens die ons zowel hier op aarde als in de kosmos omgeven en steunen in onze groei en ontwikkeling.

 

Ufo’s en graancirkels zijn enige van de vele verschijnselen van de betrokkenheid van buitenaardse etherische wezens die zich in een hoger stadium van ontwikkeling bevinden, zowel op energetisch, technisch, geestelijk, spiritueel en moreel gebied en die bij ons betrokken zijn en ons helpen om uit de vicieuze cirkel van onze primitieve manier van leven te kunnen ontsnappen waarin we doorgaans niet liefdevol met elkaar en deze mooie aarde omgaan. Graancirkels kunnen gezien worden als de afdrukken van hun energie-injecties als bijdrage aan de energieverhoging die ons in staat stelt meer vanuit onze ziel te leven in plaats vanuit ons ego, onze dierlijke impulsen. Uiteindelijk zal de zielenenergie ons en alles verheffen, ook al zullen we vaak vele omwegen maken en verdwalen. We zullen uiteindelijk onze bestemming bereiken.

 

Door de energieverhoging zal onze gevoeligheid en manier van ervaren steeds spiritueler worden en zullen we dingen voelen, zien en weten die tot nu onmogelijk waren, zullen we ontdekken dat deze aarde en ons tijdelijk verblijf hierop maar een heel klein onderdeel zijn van ons totale leven, van onze talrijke levens door tijd en ruimte en zullen we ons leven hier weer kunnen ervaren als geen toeval met een absoluut einde, maar als een onderdeel van onze voortdurende groei naar steeds verder, waardoor ons leven weer zijn echte zin kan krijgen en we niet als dwalende dieren in de nauwe omheining van ons huidige voelen, beleven en denken gevangen hoeven te zitten.

 

Een nevenverschijnsel van de verhoging van de energie om ons heen is dat er, zoals bij vele veranderingen, verstoring van ons lichamelijk en geestelijk evenwicht optreedt. We worden er door ontregeld, onzeker van, uit onze comfortzone gehaald. We zijn dan geneigd om als verdediging barricades op te werpen en onze zienswijze te verharden en om vaak letterlijk ten strijde te trekken tegen datgene wat niet past binnen het ons bekende veilig wereldje.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat we in deze tijd van energieverhoging een verharding zien van standpunten binnen en tussen o.a. godsdiensten, politieke opvattingen, wetenschapsrichtingen en filosofische en spirituele stromingen.

 

Door de energieverhoging zal wat tot nu toe verborgen in ons leefde aan het licht komen, niet alleen het goede maar ook het kwade. Dat betekent dat ook onze negatieve impulsen die we vroeger verborgen wisten te houden of onderdrukt werden door de normen van religies en culturen, nu naar buiten komen, hetgeen we overal om eens heen zien. De kwade krachten van dictatuur, nationalisme, populisme, radicalisme, terrorisme, narcisme en egoïsme krijgen alle ruimte, terwijl we dachten en hoopten dat we op weg waren naar een democratische, vreedzame en tolerante samenleving. Het lijkt of we terugvallen naar het niveau van de dieren, zoals oud secretaris-generaal van de VN, Robert Muller, de huidige tijd typeerde.

De diepere bedoeling van deze negatieve ontwikkeling is dat we die negatieve egokrachten, doordat ze zo duidelijk zichtbaar worden, kunnen zien, herkennen en erkennen, zodat we ze kunnen ontmaskeren en omvormen naar zelfbewuste positieve krachten. We kunnen onze egoïstische, negatieve gevoelens pas omvormen tot zelfbewuste positieve krachten als we ze zien, erkennen, ons er bewust van worden.

 

Een ander gevolg van de energieverhoging is dat velen zich ondanks de enorme communicatiemogelijkheden eenzaam voelen. Die eenzaamheid heeft voor een deel te maken met de versnelling van het tempo waarin we leven. Alles moet snel, vlug, liever gisteren nog klaar dan morgen. Dit en de vluchtige, onpersoonlijke en oppervlakkige manier van communiceren via de sociale media en de gerichtheid op efficiëntie leidt ertoe dat er steeds minder echte tijd en echte aandacht en interesse is voor elkaar.

Maar er is nog een andere reden voor het toenemende gevoel van eenzaamheid: door de energieverhoging nemen we steeds minder genoegen met oppervlakkige gesprekken, ontmoetingen. Doordat we verinnerlijken, onze diepere verlangens steeds meer aan het licht komen, verlangen we in toenemende mate om te praten, te communiceren over dingen die ons echt bezighouden. Het probleem is dat we dat vaak nog moeten leren, omdat het geen deel uitmaakte van de cultuur van de traditionele gemeenschappen. We missen echt contact, verbondenheid en dat veroorzaakt mede ons gevoel van eenzaamheid. Dit wordt nog versterkt door een toenemend gebrek aan zingeving doordat we niet meer weten waar we vandaan komen en waar we naar toegaan, we dolen rond in de door onszelf opgetrokken omheining.

De verinnerlijking en het daarmee samenhangende behoefte tot diep, echt contact is ook een van de oorzaken dat veel huwelijken stuklopen: we willen echt gezien en gehoord worden. Het innerlijke verlangen naar echt ontmoeten op een diep persoonlijk niveau wordt groter en daarom voldoet voor velen niet meer de traditionele manier van communiceren en samenleven, waarin we vaak formeel, afstandelijk en oppervlakkig met elkaar omgaan.

 

Door de specifieke energie van de jaren zestig zijn we ons bewust geworden van onze eigenheid, van onze individualiteit. Het meest persoonlijke van iedereen, ieders persoonlijke eigenheid, capaciteiten en dromen worden zichtbaar en willen bloeien. We willen en kunnen in toenemende mate onze eigen weg vinden en gaan. We krijgen de mogelijkheid onze persoonlijke krachten te ontdekken en te leven vanuit onszelf en niet vanuit dat wat ‘moet’ vanuit de omgeving zoals dat lang het geval was en in vele culturen nog steeds het geval is. We mogen leren op eigen benen te staan. Maar daardoor worden we ook teruggeworpen op onszelf en moeten we leren onze eigen verantwoordelijkheid te nemen voor ons leven en deze niet af te wentelen op anderen. Dit was en is een nieuwe opgave en een moeizaam en langdurig leerproces.

 

Door de toenemende individualisering brokkelen de verschillende gemeenschappen af, ook die van de familie en moeten, mogen we nieuwe manieren vinden om ons met elkaar te verbinden. Traditionele verbanden verdwijnen en vriendschapsbanden worden belangrijker. We gaan ons op een andere manier met elkaar verbinden. We kunnen in de verscheidenheid aan culturen en individuen mensen ontmoeten waaraan we kunnen groeien. Geen mensen die ons alleen maar bevestigen in ons denken, doen en laten of waarachter we ons kunnen verschuilen met ‘Dat doet iedereen!’ of  ‘Dat hoort zo!’, maar mensen waaraan we, door de verscheidenheid in denken en doen, onze eigen manier van denken en doen kunnen spiegelen en verrijken en we kunnen ontdekken wie we zelf willen zijn en zijn, wat wíj denken en waarvan wíj dromen, als voorwaarde om ons leven op een authentieke manier vorm te geven op de weg naar persoonlijke bewustwording en vrijheid.

We zullen in toenemende mate gaan inzien dat, als wij vrij mogen zijn, dat anderen dat ook mogen, wat zal leiden tot respect voor ieders eigenheid. Ook zullen we in toenemende mate ontdekken dat we niet kunnen groeien en ons ontwikkelen zonder de ander en de ander niet zonder ons, wat zal resulteren in een bewuste verbondenheid met elkaar. Een verbondenheid die niet van buiten- en bovenaf wordt opgelegd of ‘gepreekt’, maar voortkomt uit onze eigen ervaring en daardoor kan wortelen in ons innerlijke leven.

 

De bewustwording en de keuze voor een persoonlijke ontwikkeling en het niet meer klakkeloos overnemen van wat instituten ‘predikten’, zoals het gezin, de familie, de kerk en de politiek, leidde tot de studentenrevolutie in de jaren zestig. Met enige vertraging zet deze evolutie zich momenteel onder andere voort in revoluties in de Arabische wereld. Mensen pikken in toenemende mate de macht van dictaturen niet meer. Helaas maar begrijpelijk vallen velen hierna terug in de onderhuidse strijd tussen stammen, godsdienstrichtingen en culturen die ook onderdrukt werden door de dictatuur en nu de ruimte krijgen, zoals we gezien hebben in Joegoslavië en nu zien in het Midden-Oosten en Afrika. De oude, niet verwerkte conflicten moeten eerst worden opgelost voordat echt sprake kan zijn van een echte nieuwe lente.

 

De studentenrevolutie in de jaren zestig werd ontketend door studenten, zij hadden niets te verliezen. De werkenden kenden evenveel ongenoegen over hun leef- en werkomstandigheden, maar hadden alles te verliezen en durfden daarom niet eerder in opstand te komen dan toen de studenten het deden. Ook wij worden nu, net als zij, gegijzeld door het economische systeem waarbinnen de macht van het geld, multinationals, aandeelhouders en werkgevers het uiteindelijk voor het zeggen hebben en wij wat betreft onze baan, inkomen en ons consumptiegedrag van hen afhankelijk zijn.

Ik ben benieuwd wanneer we, ondanks het feit dat we gevangen zitten en deel uitmaken van het kapitalistische systeem, met zijn allen in opstand komen tegen de macht van de financiële wereld en van de percentueel kleine groep zeer rijken die door de concentratie van geld en de daaraan gekoppelde macht de politiek en de economie bepalen en dit doorgaans doen voor eigen gewin en door uitbuiting van mensen en landen, waardoor zij steeds rijker worden en de uitbuiting en enorme armoede in de wereld blijven voortbestaan. Het is tijd voor een nieuwe ‘Franse revolutie’, maar hopelijk wel op een vreedzamere manier. Hopelijk kunnen we hen door een verscheidenheid aan kleine en grote acties overtuigen van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een wereld waarin iedereen in vrede en op een menswaardige manier kan leven en zich ontwikkelen. Hopelijk helpt de huidige energieverhoging daar een handje bij.

   

We worden door de turbulente en snelle ontwikkelingen op vele gebieden meegezogen in een voortdurend veranderingsproces, maar de snelheid van die veranderingen gaan vaak de menselijke verandercapaciteit te boven.

De hedendaagse cultuur van de onrust is niet mensvriendelijk en bedreigt daardoor zichzelf. Bij natuurlijke en mensvriendelijke veranderingen gaat de overgang van de ene situatie naar een andere geleidelijk. Deze geleidelijkheid geldt niet alleen voor de overgang van donker naar licht, van warm naar koud, voor de beklimming van een berg, voor de groei van kinderen, planten en dieren en voor de overgang van werken naar niet werken, van jong naar oud en voor de overgang van het ene jaargetijde naar de andere, maar is ook noodzakelijk voor de veranderingen die er in onze tijd plaatsvinden.

Inzicht hoe veranderingsprocessen op een natuurlijke en daardoor op een gezonde wijze verlopen, kunnen ons inspireren om niet kritiekloos met de grillen van de hedendaagse veranderingen mee te gaan zoals modetrends, reclamecampagnes en wat ‘in’ of ‘modern’ is, maar om te onthaasten, te consuminderen, meer tevreden te zijn met wat we hebben, af en toe stil te staan en stil te zijn, te reflecteren en vooral om te verinnerlijken: bij onszelf komen en blijven, leven vanuit ons hart en trouw blijven aan onze diepste wensen en dromen, onze persoonlijke eigenheid en authenticiteit.

 

Een van de meest bedreigende veranderingen is voor velen van ons de dood. In onze huidige westerse cultuur zien we die doorgaans als een groot zwart gat en dat maakt ons onzeker en angstig. Maar voor degenen die ervoor open staan, komt er steeds meer licht in die duisternis. Vele zoekers en zieners hebben inzicht gekregen in de werkelijkheid achter de dood.

Zo heeft de cardioloog Pim van Lommel in zijn spraakmakende boek ‘Eindeloos bewustzijn’ en de neuroloog Eben Alexander in zijn boek ‘Na dit leven’ uitvoerig beschreven en beargumenteerd dat ons bewustzijn zich niet binnen onze hersenen en ons lichaam bevindt, maar erbuiten in het algemene en persoonlijke bewustzijnsveld. Onze hersenen zijn hiermee als met een usb-stick verbonden. Als we onze computergegevens opslaan in een cloud buiten ons huis verdwijnen de opgeslagen gegevens niet als onze computer het begeeft of ons huis afbrandt. Net zo sterft, als we dood gaan, wel ons lichaam, maar niet ons bewustzijn, ons weten, ons denken, ons beleven, ons wezenlijk zijn met al zijn herinneringen en gedachten, integendeel. Doordat we na onze dood niet meer de beperktheid van de hersencomputer hebben die alles moet omzetten naar lichamelijke gewaarwordingen, krijgt ons bewustzijn onbeperkt ruimte en zien en ervaren we alles op een totaal andere manier, opener, wijder, vrijer en echter. Ons lichaam gaat dood, maar onze ziel, ons diepste IK niet, die leeft voort.

Pim van Lommel, Eben Alexander en vele anderen beschrijven en beargumenteren niet alleen het voortbestaan van ons bewustzijn, onze ziel na de dood, maar schilderen ook wat er gebeurt na de dood en wat de sfeer is waarin we dan terecht komen. Hun analyse van de ervaringen van mensen met een bijna-dood-ervaring (BDE) en de inzichten van mensen met een meer open contact met de spirituele wereld, geven de volgende globale schildering wat er na de dood van ons lichaam gebeurt.

 

Als we dood gaan, verlaat onze ziel ons lichaam en komen we als ziel in een sfeer waarin we overweldigend gevoelens ervaren van vrede, vreugde en gelukzaligheid. De gevoelens van bijvoorbeeld pijn die we hadden als gevolg van het auto-ongeluk, van het hartinfarct of van de ziekte zijn plotseling totaal verdwenen.

Terwijl we ons erg levend voelen, horen we artsen of omstanders die bij ons lichaam staan, zeggen dat we dood zijn. Dat verwart ons even en dan denken we heel nuchter: Hé, nu ben ik dood, dit noemen we dus de dood.

We hebben het gevoel dat we ons lichaam als een oude jas hebben uitgedaan en tot onze grote verbazing blijken we onze eigen identiteit nog te hebben behouden. We kunnen nog zien, we hebben nog emoties en een helder bewustzijn van onszelf en van de situatie waarin we ons bevinden. We zien ons dode lichaam van boven, we zweven er boven. We ervaren onszelf als een niet fysiek, gewichtloos lichaam dat zich zonder enige weerstand door de vaste materie van bijvoorbeeld muren kan voortbewegen. We kunnen niet meer communiceren met de aanwezige mensen, we zijn onze aardse manier van spreken kwijtgeraakt. We zijn niet meer aangesloten op het modem van ons brein dat onze signalen vertaalde in lichamelijke gewaarwordingen en uitingen zoals spreken. We verbazen ons erover dat we door niemand worden opgemerkt terwijl we er wel zijn en alles kunnen zien en horen.

Vanuit deze ervaring worden we vrij plotseling een donkere ruimte ingetrokken. In die donkere ruimte zien we een lichtpuntje waar we met grote snelheid naar toe worden gezogen. Het voelt als een tunnelervaring. We worden begeleid door spirituele wezens en door muziek. Naarmate we het zeer heldere licht naderen, wordt dit intenser. Op een gegeven moment worden we er helemaal door omhuld en voelen we ons er helemaal door opgenomen. We baden letterlijk in licht. Dit gevoel van opgenomen worden gaat gepaard met een onbeschrijflijk gevoel van geluk en met een ervaring van onvoorwaardelijke liefde en acceptatie. We zijn van de materiële wereld via een tunnel naar een andere, spirituele wereld gegaan, waar tijd en afstand niet bestaat. We bevinden ons in een oogverblindend landschap met prachtige kleuren, bloemen, geuren en muziek die in aardse termen niet zijn te beschrijven.

We ontmoeten in deze wereld onze overleden familieleden, vrienden en bekenden en wel op een spirituele manier. In deze wereld is ontmoeten niet fysiek, maar ontmoeten we door een zeer hoge vorm van bewustzijn die alles op een spiritueel niveau zichtbaar en ervaarbaar maakt, zoals we liefde niet kunnen zien en toch reëel kunnen ervaren. In deze wereld communiceren we op een niet-aardse manier, dus niet met woorden. We zijn intensief verbonden met de gedachten en gevoelens van andere spirituele wezens. We horen en voelen via ons totale bewustzijn.

Dit deel hebben aan het totale bewustzijn stelt ons in staat om antwoord te krijgen op de meest diepzinnige vragen nog voordat we ze hebben gesteld. We hebben toegang tot de diepste kennis over onszelf, over ons menselijk handelen, over hoe het heelal is ontstaan en over hoe het universum in elkaar steekt. We begrijpen met grote helderheid het waarom van alles wat we hebben meegemaakt en beleefd tijdens ons aardse leven. Er is een helderheid in ons ervaren en weten die even onbeschrijfelijk is als de helderheid van het licht dat ons omgeeft. We zijn totaal ervaren, weten en begrijpen, we maken deel uit van het totale bewustzijn.

In deze sfeer krijgen we een levensoverzicht, omgeven door een wezen van licht. Tijdens dit levensoverzicht ervaren we elke handeling, elk woord en elke gedachte uit ons voorbije leven. We beleven opnieuw het hele leven, vanaf de geboorte tot het moment dat ons lichaam ons liet gaan. We zijn tegelijk toeschouwer en betrokkene. We kennen en ervaren niet alleen de gevoelens van onszelf maar ook die van de anderen die bij de verschillende situaties en gebeurtenissen waren betrokken. We zijn rechtstreeks verbonden met de herinneringen en emoties van de betrokken anderen. We zien en ervaren de afdruk van ons leven in het leven van de anderen, zoals we met onze schoenen een afdruk maken in de sneeuw. We ervaren de gevolgen die onze gedachten, woorden en daden voor andere personen hebben teweeggebracht op het moment dat die in het verleden plaatsvonden. We krijgen inzicht of we liefde wel of niet heb gegeven. Dat is zeer confronterend, maar we worden niet veroordeeld en voelen ons niet veroordeeld. Er is niemand die ons ergens mee confronteert, we confronteren ons met onszelf. We krijgen het inzicht hoe we hebben geleefd en hoe we anderen hebben beïnvloed, wat we anderen hebben gedaan. We beseffen dat alles wat we zeggen, doen en denken blijvend invloed heeft op onszelf en anderen en dat we alles wat we bij de ander teweegbrengen uiteindelijk ook door onszelf wordt ervaren. Uiteindelijk keert alles bij onszelf terug, krijgen we terug wat we hebben gegeven, het goede en minder goede, zowel liefde en aandacht als liefdeloosheid en agressie.

We ervaren dit alles in een wereld waarin alles tegelijk bestaat en ervaren kan worden, waarin alles en iedereen met elkaar is verbonden en waar we, in tegenstelling tot waar we vandaan zijn gekomen, voortdurend omringd zijn door onvoorwaardelijke liefde. En dat zal vet cool zijn.

Het overzicht en inzicht die we hebben gekregen over het afgelopen leven op aarde zullen een belangrijke rol spelen in onze beslissingen die we samen met onze spirituele helpers zullen gaan nemen over de concrete invulling van onze toekomst. Gaan we na verloop van tijd weer terug naar de aarde om daar ons groeiproces voort te zetten of krijgen we, om ons verder te ontwikkelen tot ons diepste zijn, Liefde, een functie als helper in de spirituele wereld of een van de vele andere functies die er in de spirituele wereld zijn? We weten dat hier en nu nog niet. Alles heeft zijn tijd en plaats. Het leven draagt ons alsmaar verder, ook voorbij de dood.

 

Willem Glaudemans beschrijft in zijn boek ‘Boek van het eeuwig leven’ op een gedetailleerde manier hoe ons bewustzijn niet alleen kan groeien in de opeenvolgende levens hier op aarde, maar ook daarna in alsmaar letterlijk lichtere sferen met steeds hogere energiefrequenties. We maken geleidelijk de reis van donker naar licht, van zwaar naar licht, van materie naar etherisch zijn, steeds verder naar het geheel opgaan in het Al, dat wat alles in zich draagt, waaruit alles is ontstaan en ontstaat en waar alles terugkeert in de eeuwig durende beweging van de lemniscaat, van de eeuwige in- en uitademing van leven. Deze weg moeten we geleidelijk gaan omdat we, zouden we te grote stappen maken, verteerd zouden worden door de intensiteit van de lichtenergie.

 

In het bovenstaande heb ik geschreven dat we vaak niet beseffen dat de optiek van waaruit we naar de wereld kijken, bepaalt wat we zien, voelen en doen, hoe we oordelen, wat we nastreven, kortom hoe we ons leven leven.

Laten we aan de hand van een bredere visie op ons leven en de wereld, waarvan een aantal aspecten hierboven zijn beschreven, eens kijken naar wat de consequenties hiervan zijn op onze kijk op ons huidig handelen.

 

Als het waar is, en het is waar,

 

  • dat ons diepste IK, onze ziel, bij de geboorte incarneert in een lichaam,
  • dat onze hersenen een soort computer zijn met de input van ons lichaam en onze ziel,
  • dat die onze ervaringen en weten vertaalt in lichamelijke gewaarwordingen en acties,
  • dat ons lichaam instincten heeft die gericht zijn op overleven,
  • dat die zoals bij dieren neigen naar macht, overheersing, egocentrisme en strijd,
  • dat onze ziel reikt naar liefde en verbinding, omdat we uit en door Liefde zijn geboren,
  • dat we met alles en iedereen verbonden zijn omdat we dezelfde bron hebben en
  • dat we allemaal in het diepst van ons wezen hetzelfde willen: liefde voelen en geven,
  • dat we hier op aarde zijn gekomen om dat te leren, daarin te groeien,
  • dat we dus alleen de weg van liefde kunnen gaan, misschien wel via omwegen,
  • dat we daarin dus niet vrij zijn, zoals een tulp geen boom kan worden,
  • dat we daarvoor vele levens nodig hebben,
  • dat alles wat we leren en ons bewust worden, wordt opgeslagen in ons bewustzijn, en
  • dat dat bewustzijn zich buiten ons lichaam bevindt en eeuwig is,
  • dat wij ons daardoor na onze lichamelijke dood nog van alles bewust zijn, alles weten,
  • dat de dood alleen de doorgang is van de ziel naar leven in een andere dimensie,
  • dat we na de dood een overzicht krijgen van in hoeverre we de weg van liefde zijn gegaan,
  • dat we op basis van deze inventarisatie een plan maken voor het komende leven,
  • dat we in het nieuwe levensplan vastleggen wat en wie we zullen ontmoeten,
  • dat die personen en gebeurtenissen er zijn om van te leren, liefdevoller te worden,
  • dat niets wat we tegenkomen in wezen dus zinloos is,

 

dan kunnen/moeten we ons afvragen

 

  • waarom we zo vast houden aan dit leven en dit op allerlei manieren proberen te verlengen,
  • waarom we alles wat moeilijk is willen vermijden, ontlopen en het niet zien als een uitdaging om te groeien,
  • waarom we veranderen moeilijk vinden, terwijl het noodzakelijk is om te groeien,
  • waarom we zo gefixeerd zijn op ‘gelukkig zijn’ en ‘het leuk hebben’,
  • waarom we niet zien dat het op weg zijn naar onze diepste dromen ons leven zin en vreugde geeft,
  • waarom we de vreugde van ‘worden’, ‘geven’ en ‘ontvangen’ zijn kwijtgeraakt,
  • waarom we vaak macht uitoefenen, mensen onderdrukken en oorlogen voeren,
  • waarom we accepteren dat er velen zeer rijk zijn en de meesten op deze aarde arm,
  • waarom we accepteren dat rijkdom meestal wordt verworven ten kosten van anderen,
  • waarom we zoveel waarde hechten aan rijkdom en macht en niet weten dat geld en macht uiteindelijk niet gelukkig maken,
  • waarom we dictaturen bestrijden, maar de dictatuur van het geld tolleren,
  • waarom we onszelf niet afrekenen op de waarden die we toevoegen aan ieders leven,
  • waarom we zo weinig leren van de geschiedenis en alsmaar weer dezelfde fouten maken,
  • waarom de rede onze god is en we ons hart, ons diepste gevoel, ons diepe weten niet meer vertrouwen?

 

Enzovoort, enzovoort. Vragen blijven stellen over onszelf en de wereld, open en nieuwsgierig zijn naar mogelijke antwoorden, zelfs de meest onwaarschijnlijke, is de motor van het leven. Het leven groeit, alles groeit, het heelal breidt zich uit en hopelijk ook onze bereidheid tot echt weten voorbij de materie.


 3. Literatuur.

 

Pim van Lommel.

Eindeloos bewustzijn. Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood-ervaring.

Raymond A. Moody jr.

Leven na dit leven.

Willem Glaudemans.

Boek van het eeuwige leven. Een cursus in sterven.

Eben Alexander.

Na dit leven. Een neurochirurg over zijn reis naar het hiernamaals.

Neale Donald Walsch.

Thuis bij God in een altijd durend leven.

Wayne Dyer.

De verschuiving van ambitieus naar zinvol leven.

Ronald Jan Heijn.

Het begint. Een wérkelijk nieuwe tijd breekt aan.

Hans Stolp en Harm Wagenmakers.

Atlantis herhaald? Over de tijd die komen gaat.

Hans Stolp.

Karma en reïncarnatie.

Harrie Bielders.

- Zeven vragen over het leven. Een zoektocht naar antwoorden op 7 belangrijke levensvragen.

- Reiken naar de hemel.

Bas Heijne.

Onbehagen. Nieuw licht op de beschaafde mens.