Veranderen, hoezo?

Boeken, verhalen, gedachten .......

Harrie Bielders


Veranderen, hoezo?


Veranderingen in ons leven zullen niet ophouden, hoe lastig, vervelend, beangstigend, bedreigend en ontwortelend die vaak ook kunnen zijn. En die veranderingen gaan steeds sneller. In de tijd van onze overgrootouders hadden belangrijke veranderingen een tijdspanne van een heel leven, in de tijd van onze grootouders een tijdspanne van dertig tot vijftig jaar, in de tijd van onze ouders  ongeveer vijftien tot twintig jaar, in onze tijd vijf tot acht jaar, in het leven van onze kinderen een jaar of twee en in de tijd van hun kinderen wellicht dertig tot veertig weken. We kunnen veranderingen niet tegenhouden, maar we kunnen wel de manier waarop we met veranderingen omgaan veranderen en we kunnen leren om  ‘veranderen’ als een positieve kracht te zien en te gebruiken.


Neale Donald Walsch in zijn boek ‘Als alles verandert, verander dan alles’.


Veranderen en loslaten.


Naar mijn mening is leven in zijn essentie gericht op groei en ontwikkeling, zowel lichamelijk, psychisch als geestelijk. Groei en ontwikkeling gaan onontkoombaar gepaard met veranderingen en vragen dus om het durven loslaten van het vertrouwde. Hoe schattig we baby’s ook vinden, ze worden groter, worden peuters en kleuters, tieners en volwassenen, ze ontgroeien ons in vele opzichten. Als we willen dat kinderen leren lopen of fietsen, zullen we ze letterlijk los moeten laten. Hoe prettig en veilig we onze baan ook vinden, bij de sluiting van het bedrijf waar we werken, zullen we op zoek moeten naar een nieuwe. Als er nieuwe technieken in ons dagelijks leven worden ingevoerd, wordt er van ons gevraagd dat we daarmee leren omgaan en de vertrouwde middelen loslaten. Er zijn vele redenen om te moeten verhuizen, wellicht zelfs naar onbekende streken of landen en dan moeten we onze vertrouwde omgeving achter ons laten. Als dierbaren sterven, kunnen we ze niet vasthouden, hoe graag we dat ook zouden willen. Als onze relatie met familieleden, vrienden of met onze partner in het slop raakt en dus blijkbaar veranderd is, is het goed om dit onder ogen te zien en na te denken over hoe we deze relatie weer vruchtbaar kunnen maken en indien dat niet lukt, ze los te laten, hoe pijnlijk dat ook is voor alle betrokkenen. Door blijven modderen is doorgaans niet de weg naar groei en ontwikkeling, het blijft dan aanmodderen en wie wil dat?.


Zorgwekkend in dit kader vond ik de column ‘Geluk en de laatste levensfase’ in het streekblad Markant geschreven door Lobke, waarin vijf zaken werden genoemd die mensen in de laatste levensfase aangaven waarvan ze spijt hadden:


  1. Ik wou dat ik de moed had gehad om mijn eigen leven te leiden en niet dat van anderen.
  2. Ik wou dat ik niet zo hard had gewerkt.
  3. Ik wou dat ik de moed had gehad mijn gevoelens te uiten.
  4. Ik wou dat ik contact had gehouden met mijn vrienden.
  5. Ik wou dat ik mezelf had toegestaan gelukkig te zijn.


Ik schreef hierover in de column ‘Terugblik 2015’ op deze website en hield daarin een pleidooi om regelmatig terug te kijken, om te kijken waar we staan, of we nog wel op de weg lopen die we wilden gaan of om toch, gezien de omstandigheden, een andere weg te gaan en niet te blijven doormodderen, met de kans op genoemde of andere spijtpunten als het te laat is op het einde van ons leven. Ik noemde in de betreffende column als achtergronden van de boven  genoemde spijtpunten:


  • dat we, doordat we erbij willen horen, goedkeuring willen krijgen en aardig gevonden willen worden, niet onze eigen weg  kiezen en niet onze talenten ontplooien;
  • dat we denken dat geld gelukkig maakt en dat we in ons streven daarnaar de mooie momenten van elke dag voorbij laten gaan;
  • dat we conflicten willen vermijden ter willen van de heilige vrede en daardoor niet kunnen worden wie we zijn;
  • dat we in de hektiek van het leven waardevolle vriendschappen verwaarlozen en verliezen die we nodig hebben;
  • dat we genoegen nemen met een middelmatig leven uit angst voor veranderingen, uit angst om in het onbekende diepe te springen.


Bij de genoemden spijtuitingen speelt de angst voor veranderingen een grote rol: angst om niet aardig gevonden te worden of kritiek te krijgen in plaats van goedkeuring, angst om niet genoeg geld te hebben en om uit een vertrouwde situatie te stappen en angst voor het onbekende achter elke verandering. Veiligheid is een van de eerste basisbehoefte van ons allen en om die veiligheid willens en wetens op het spel te zetten, vereist moed en vertrouwen. Maar hoe verwerven we die moed en dat vertrouwen?


Ik denk op de eerste plaats door oog te krijgen voor het feit dat veranderingen heel normaal zijn en zelfs noodzakelijk, willen we het meest diepe menselijke streven volgen: groeien en ons ontwikkelen. Niemand zal niet willen groeien en zich ontwikkelen en iedereen die zich de vraag stelt of hij wil overleven of leven, wil stilstaan of groeien en vooruit gaan, zal spontaan kiezen voor leven, voor vooruitgang.

Op de tweede plaats door op basis van ervaringen het vertrouwen te krijgen dat in het verleden veranderingen doorgaans hebben geleid tot een betere situatie, dat vrees voor het onbekende begrijpelijk is maar dat daarover heen stappen doorgaans de moeite waard was en voelt als een verbetering, als groei.


Maar wat is eigenlijk groei en ontwikkeling en hoe verlopen die processen zodat ik ze kan herkennen, me erdoor mee kan laten voeren of ze zelfs kan stimuleren?


Groei, ontwikkeling en overgangsgebieden/-fasen.


Tijdens mijn afstuderen aan de Academie van Bouwkunst met als onderwerp ‘Overgangsgebieden en verbindingen’, zocht ik naar een visie om de overgangen van binnen naar buiten op een natuurlijke manier vorm te geven, alsook de overgangen van de stad naar het land en ging ik praten met een bioloog, een arts en een psycholoog om er achter te komen hoe groei en ontwikkeling, dus veranderingen, overgangen van het ene naar het andere gebied, stadium of fase in de natuur en bij mensen verlopen om de uitkomsten hiervan toe te passen bij de vormgeving van de overgangsgebieden in architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur.

Ik kreeg toen o.a. inzicht in de samenhang tussen groei en ontwikkeling. Professor Lievegoed zegt in zijn boek ‘Organisatie in ontwikkeling’ dat groei een toename is binnen hetzelfde basispatroon: een metselaar legt de ene steen op de andere en een baby groeit van maand tot maand totdat er opeens de contouren van het gebouw zichtbaar worden en je opeens in de plaats van een baby een peuter ziet en daarna een kleuter, puber of een volwassene: groei heeft geleid tot een ontwikkelingsprong, er is een hoger niveau bereikt. Groei leidt doorgaans tot ontwikkelingen, groei wordt zichtbaar in ontwikkeling.

Dit ‘opeens’ heeft alles te maken met de essentie van groei en ontwikkeling. Uit de gevoerde gesprekken bleek dat natuurlijke groei niet lineair verloopt, dus niet volgens een mooie rechte lijn omhoog. Een kind groeit niet elke dage een beetje maar heeft groeistuipjes. Zijn groei verloopt zoals bij een trap. Een trap is een opeenvolging van op- en aantreden, van je voeten omhoogtillen (optrede) en neerzetten en even steunen op de aantrede, van actie en rust, van dynamiek en stabiliteit. En zo lopen we in een gebouw via de treden van de trap van de ene verdieping naar de andere en bereiken we letterlijk iedere keer een hoger niveau. Door trede voor trede omhoog te gaan zijn we opeens op de verdieping. Gestage groei leidt tot een ontwikkelingssprong. Groei met als metafoor de trap, is dan ook te beschouwen als een overgangsgebied/-periode tussen twee op elkaar volgende gestabiliseerde perioden, met als metafoor de verschillende verdiepingen. We studeren jaren en krijgen op een dag het diploma, we zijn dan afgestudeerd, we beklimmen een berg en opeens zijn we boven, we zoeken naar antwoorden en opeens krijgen we die, we verdiepen ons in allerlei materie en opeens begrijpen we ze en valt het kwartje, we solliciteren maandenlang en opeens krijgen we een baan, we zoeken intensief naar een oplossing en opeens vinden we ze, we piekeren lange tijd over hoe een onbevredigende situatie te veranderen en opeens zien we een mogelijkheid en komen in actie, enzovoort, enzovoort.


We kunnen hieruit o.a. concluderen dat onszelf ontwikkelen niet zonder groei, niet zonder inspanning kan. Onszelf ontwikkelen is dus gewoon hard werken, gestaag kleine stapje zetten, dag in dag uit, gestimuleerd door onze eigen dromen. Ik zeg ’door onze EIGEN dromen’ en niet door de verwachtingen van anderen of door modeverschijnselen of door zaken die naar buiten toe een goede uitstraling hebben en ‘goed in de markt liggen’ (extrinsieke motivatie).

Ik heb in mijn loopbaan als docent en begeleider honderden beroepskeuzegesprekken gevoerd met studenten en ze geprobeerd ervan te overtuigen dat we al die inspanning om iets te bereiken uiteindelijk niet kunnen opbrengen zonder van binnenuit gemotiveerd te zijn (intrinsieke motivatie), dus zonder onze diepste dromen te volgen. ‘Ja, maar er zijn veel banen in de economische sector en die betalen goed’ en ‘Mijn vader wil dat ik in zijn bedrijf ga werken’. Dit soort uitspraken volgden aan de lopende band. Maar als die baan niet echt in je zit, niet bij jou hoort, zul je er niet in uitblinken en zul je dus niet veel geld verdienen en zal je op den duur erop uitgekeken raken: werken is een uiterst belangrijk onderdeel van het leven, van je groei en ontwikkelingsproces. Als je vreemde paden gaat, zul je verdwalen omdat je geen kompas hebt, dat van jezelf. Inspanningen en succes vereisen motivatie en echte en langdurige motivatie krijg je door je diepere dromen te willen realiseren en die liggen in jou, de enige plek waar je ze kunt vinden.


Naast de samenhang tussen groei en ontwikkeling en de vereisten hiervoor, kreeg ik door de gesprekken met een arts inzicht in de samenhang tussen ziekten en groei en ontwikkeling. Hij vertelde me dat een ziekte bijvoorbeeld bij kinderen en ook bij volwassen vaak een natuurlijk onderdeel is van groei en ontwikkeling. Na een ziekte zie je vaak een verandering in de persoon, hij is anders geworden, letterlijk en figuurlijk beter.

Een kenmerk van ziekten is dat zij zich doorgaans vanuit een stabiele gezonde situatie manifesteren en dan verergeren. Daarna zijn er twee mogelijkheden: ofwel de verergering zet door, hetgeen soms ernstige gevolgen heeft met als uiterste de dood, ofwel je ziet, en dat is gelukkig meestal het geval, dat na de verslechtering een sterk opgaande positieve ontwikkeling optreedt, die tot beterschap leidt.


Schema: verloop van het proces ziek-gezond

Ziekten zijn doorgaans overgangsperiodes tussen twee perioden van gezond zijn. Ze hebben meestal  een positieve functie: er moet letterlijk iets uitgeziekt worden. Dat kan een lichamelijke bedreiging zijn, maar ook een psychische. Vaak, en dat is mijn eigen ervaring, is een ziekte een alarmeringsteken dat ik niet goed bezig ben, mezelf overbelast, dingen doe die niet bij me horen, die ik eigenlijk niet wil, of dat ik veel geef en te weinig krijg, waardoor een burnout ontstaat, ik brand letterlijk op.

Goede artsen richten zich bij ziekte, naast de behandeling van de symptomen, dan ook op de oorzaak van de ziekte. Zonder de oorzaak aan te pakken, is geen langdurige genezing mogelijk en zal de ziekte, wellicht in een andere vorm, terugkeren. Een ziekte is altijd een waarschuwingsteken dat er iets aan de hand is en vaak meer dan iets lichamelijks. Verwaarlozen we die waarschuwing, dan missen we de kans om kritisch naar onze situatie te kijken en die te verbeteren, de kans om te groeien.

Een ziekte treedt ook vaak op na een moeilijke, stressvolle periode, zoals aan het begin van vakanties. Zo neemt het aantal hartinfarcten dan toe. Door de ontspanningsfeer van de vakantie krijgen de opgebouwde stressspanningen de kans zich te ontladen, zoals de lucht uit een opgeblazen ballon ontsnapt als je de grip op de opening loslaat. Die heftige ontlading kan het lichaam niet altijd aan en dus verkrampt je lichaam letterlijk. Naast hartklachten zijn hoofdpijn, buikklachten, geïrriteerdheid dan ook veel voorkomende verschijnselen aan het begin van vakanties of bijvoorbeeld tijdens de kerstdagen, waar we het gezellig willen hebben met de familie of vrienden. We hebben van tevoren alle zaken op het werk nog moeten afhandelen en tussendoor gestrest cadeautje gekocht en de kerstboodschappen gedaan en dan worden de kerstdagen, niet verwonderlijk, voor de zoveelste keer niet wat we ervan hadden verwacht. Wellicht is dit ook mede een verklaring voor het feit dat na de feestdagen het aantal echtscheidingen toeneemt.

Het is dan ook van het grootste belang dat we ziektes en andere lichamelijke en psychische ongemakken niet alleen ervaren als vervelend, maar ook als signalen om even stil te staan en te kijken wat er in ons dagelijkse leven aan de hand is en of we daarin iets moeten veranderen. Ziektes kunnen we niet alleen als ziekte verwaarlozen, maar ook als alarmsignaal voor ons leven, als kansen om te veranderen, te groeien en ons te ontwikkelen.


Het gegeven dat we ziekte kunnen beschouwen als een overgangsgebied tussen twee (hopelijk langdurige) stabiele perioden van gezond zijn, vinden we ook terug in een nadere beschouwing van het verloop van de jaargetijden. Alhoewel in de jaarkalender de verschillende jaargetijden even lang zijn, is dat niet het geval als we kijken naar de verschijnselen. De lente en de herfst zijn te beschouwen als overgangsgebieden naar respectievelijk de zomer en de winter als de gestabiliseerde perioden van de jaargetijdenreeks. Doorgaans zijn de typische lente- en herfstverschijnselen gedurende twee maanden zichtbaar (april-mei en oktober-november) en duren de zomer en winter elk vier maanden (juni-september en december-maart).

Ook kennen we overgangsgebieden tussen slapen en waken en zelfs tussen ons lichaam en de omgeving, bekend als auragebied, personal space of body-buffer-zone, die niet alleen voelbaar is als twee personen langzaam naar elkaar toelopen (als iemand te dicht bij je staat, zet je automatisch een stap terug) maar die  sinds enige tijd eveneens via een speciale techniek is te fotograferen.


Beschouwen we de genoemde overgangen nader, dan kunnen we een aantal kenmerken ontdekken. Ze worden in eerste instantie gekenmerkt door geleidelijkheid: we voelen ons al een paar dagen niet lekker, de knoppen van bomen worden langzaam zichtbaar, de tulpen komen boven de grond en we voelen ons al een tijdje niet goed in ons vel zitten op ons werk, in onze relatie of in andere situaties. Daarna gaat die geleidelijkheid over in een snelle en grote activiteit: we krijgen koorts, de knoppen barsten open en binnen de korstte tijd staat alles in bloei en opeens komen we in een crisis op ons werk of in onze relatie. De explosie van de natuur in de lente is alleen mogelijk door een lange tijd van voorbereiding. We denken dat er na de herfst en in de winter niets gebeurt omdat we van buitenaf niet kunnen zien dat binnen in de blad- of bloemknop zich allerlei voorbereidende werkzaamheden afspelen: bladeren en bloemen worden gevormd en liggen opgevouwen te wachten op de juiste weersomstandigheden om zich als een paraplu te ontvouwen.

Op ons werk of in onze relatie stapelen kleine vervelende voorvallen zich op die we niet altijd direct aankaarten en aanpakken en door de opeenstapeling wordt de onvrede steeds groter totdat die zo groot wordt dat de dijk van onvrede doorbreekt en zich ontlaadt en de druppel de emmer doet overlopen. Belangrijke beslissingen om bijvoorbeeld eindelijk openlijk met de baas te gaan praten, om het besluit te nemen om van baan te veranderen, om paal en perk te stellen aan een ongewenste situatie, om te zeggen waar het op staat of om te scheiden, worden dan ook op één moment genomen. Dijken breken niet langzaam door, maar plotseling, zelfs al wordt de doorbraak voorzien.

Na zo’n doorbraak- of overloopmoment is niets meer hetzelfde als van te voren. Datgene wat ondergronds smeulde is zichtbaar en bewust geworden, we kunnen er nu niet meer omheen. Dat is ook de reden waarom we gebeurtenissen, gevoelens en gedachten vaak ‘onder de mat vegen’, we willen of kunnen ze nog niet aan, durven ze nog niet voor waar aan te nemen, we willen/kunnen de waarheid nog niet onder ogen zien omdat die ons uit onze comfortzone haalt. Ondanks alle begrip voor deze wegmoffelacties zijn de de woorden van Connie Palmen hierover het overdenken waard:


Alles wat ontkend en onderdrukt wordt, elk conflict dat wordt weggemoffeld en verloochend - in een cultuur en in een individueel bestaan - zoekt een uitweg en keert zich uiteindelijk in een duivelse vermomming tegen het leven, gewelddadig en vernietigend.

 

Connie Palmen, Jij zegt het, pag.98


In het voorafgaande keken we naar de samenhang tussen groei en ontwikkeling, naar de functie van ziektes in ons groei en ontwikkelingsproces en van conflicten en andere vormen van onvrede die kunnen leiden tot ‘dijkdoorbraken’, alsook naar de fenomenen zoals beschreven in het begin van de lente en die we ook zien bij ontluikende liefdes of doorbrekende inzichten, bij het bereiken van bergtoppen met plots prachtige vergezichten, bij het behalen van je rijbewijs of welke diploma’s en resultaten dan ook. Ze maken allemaal deel uit van het boeiende proces van groei en ontwikkeling ondanks het verschil in de negatieve of positieve gevoelswaarden. We kunnen ze zien als overgangsgebieden/-fasen en als mogelijkheden om te groeien naar een hoger niveau. Ziektes, conflicten en andere vormen van onvrede geven ons de kans om de problemen die daaraan ten grondslag liggen op te lossen. Lenteachtige ervaringen maken ons bewust van de schoonheid van het leven, laten het glanzen en geven ons kracht. Hebben we geen oog voor de waarden van deze overgangsfasen dan missen we niet alleen de kansen en de kracht die ze bieden, maar lopen we ook gevaar, zoals bij het verwaarlozen van ziektes en conflicten, dat we in tegenovergestelde richting gaan, achteruit, en wie wil dat! Overgangsfases zijn altijd vol turbulentie, maar na regen komt altijd zonneschijn en even opgetild worden boven de werkelijkheid door lente-ervaringen geeft ons kracht om, teruggekeerd in de dagelijkse werkelijkheid, het leven van alledag weer positief en vreugdevol te leven en te beleven.


De cultuur van de onrust.


Groei en ontwikkeling doen zich overal voor, ook in de technologie. Daar zien we echter het verschijnsel dat die zich in een voortdurend sneller tempo voordoen. De ene ontwikkeling volgt de ander op. We zijn nauwelijks gewend aan een nieuwe technologie of apparaat, of er wordt al weer een nieuwe op de markt gebracht waarvan we vinden dat we die, om bij te tijd te blijven, erbij te horen, moeten kopen en gebruiken. Alles gaat en ‘moet’ vlugger en sneller en daardoor gaat ons levensritme omhoog. Dit legt een grote druk op onze verandercapaciteit. De snelheid van de technologische verandering en het levensritme dreigen echter onze verandercapaciteit te boven te gaan. Onder de kreet ‘Stilstaan is achteruitgang’ jagen we onszelf op.

In bovenstaande beschouwing hebben we echter gezien dat natuurlijke groei niet lineair verloopt maar gekenmerkt wordt door perioden van actie én rust, van dynamiek én stabiliteit. We zijn in een situatie terechtgekomen waarin de trap is verdwenen en we voortdurend een steile helling moeten nemen om vooruit te komen, en iedereen weet hoe vermoeiend dat is. We denken trouwens dat we daardoor vlugger boven zijn, maar de praktijk wijst uit dat dat niet het geval is en dat we tevens vermoeider boven aankomen, zo moe dat we niet echt kunnen genieten van het uitzicht.

De Amerikaanse psychologe Ellen Langer stelde in jaren negentig al dat er een verband bestaat tussen de snelheid waarmee we dingen doen en de beleving en de kwaliteit van dat wat we doen. Hoe sneller we dingen doen, hoe meer automatisch, onnadenkend en onopmerkzaam we ze doen, hoe lager de kwaliteit van ons handelen en onze werkbeleving, dus van ons leven. Het is niet voor niets dat er boeken vol worden geschreven en dat er een groot aanbod is van cursussen over onthaasten en aandachtigheid of mindfulness zoals de Amerikanen het noemen.

De slogans ‘Stilstaan is achteruitgaan’ en ‘Multitasken’ valt ons in de rug aan. Als belangrijke kenmerken van onze hedendaagse cultuur bedreigen deze slogans onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. In onze cultuur is er voor velen, ik denk voor de meesten mensen geen plaats voor stilstaan en reflectie. Deze worden pas noodgedwongen toegestaan als we dreigen te bezwijken of al zijn bezweken onder de stress die het ‘hellinglopen’ met zich meebrengt.

De Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau riep al in de 19de eeuw:


‘Mens, wanneer was het de laatste keer dat je neerzat en naging hoe je gedachten je lichaam hebben beroofd van geluk en van jaren. De mens vindt zicht zichzelf het meest terug in aarde, in materie en in het doen. Geest is hem vreemd: hij is bang voor spoken’.


De mens is bang voor wat hij tegenkomt als hij stilstaat en echt in de spiegel kijkt en zijn leven tegen het licht houdt. Daardoor berooft hij zichzelf van de noodzakelijke krachten in hemzelf die hem in staat stellen richting en diepte te geven aan zijn leven en echt creatief te zijn. Omdat we de fundamentele vragen ontwijken over het doel van ons leven, over vragen naar de zinvolheid van ons doen en laten, handelen we afhankelijk van de situatie (ad hoc) en vluchten we in prikkels om maar niet de confrontatie met de stilte en dus met onszelf hoeven aan te gaan. Dit is levenshobbyisme van de eerste orde.


De hedendaagse cultuur van de onrust is gezien het verloop van natuurlijk groei en ontwikkeling niet mensvriendelijk en bedreigt daardoor zichzelf. We zullen evenwicht moeten proberen te scheppen tussen periode van activiteit en niet-activiteit. Dat kunnen we onder andere doen door tegenpolen te scheppen tegenover werken, strijden en ons voortdurend streven naar geluk en wel in de vorm van:


  • regelmatig afstand nemen van ons werken (weg met de 24uurs-economie); 
  • momenten en tijden van rust en bezinning nemen en niet voortdurend hevig in de weer zijn of strijden voor welk idee dan ook (hetgeen vaak leid tot fanatisme en radicalisme); weg met het voordurend bereikbaar moeten zijn, weg met ‘Druk, druk, druk’, multitasken en het open zijn van winkels ’s avonds en op zon- en feestdagen;
  • vervulling vinden in kleine dingen en niet alsmaar bezig zijn met het verlangen naar het perfecte; proberen tevreden te zijn met wat we hebben en dat is heel veel, zeker in de westerse wereld;
  • niet ernaar te streven om goedkeurig en waardering te krijgen van anderen en de wegen van hun verwachtingen te volgen, maar de wegen bewandelen die hun kompas hebben in onszelf, in onze diepste dromen, hetgeen leidt naar zelfachting, zelfrespect en zelfvertrouwen, naar eigenwaarden en echte vrijheid.


‘Zondig gerust, zondig tegen jezelf en doe jezelf geweld aan, mijn ziel; maar later zul je niet meer de tijd hebben om jezelf te achten en te respecteren.

Voor jou is het bijna afgelopen en je hebt in je leven jezelf niet ontzien, maar je hebt gedaan of het bij je geluk om de andere ziel ging.

Degenen evenwel die de bewegingen van de eigen ziel niet oplettend volgen, zijn noodgedwongen ongelukkig.’


Marcus Aurelius, Overpeinzingen


Nu samen met het verdwijnen van de traditionele godsdiensten ook de rustpunten en tradities die hiermee samenhingen verdwijnen, is het van levensbelang opnieuw tradities en rituelen van stilstaan en reflectie in het leven te roepen. Iedereen persoonlijk, maar ook bedrijven, organisaties, de politiek en de hele maatschappij en de wereld hebben hier alle belang bij, willen ze niet meegesleurd worden in de gevolgen van de cultuur van de onrust. Willen veranderingen mens- en natuurvriendelijk zijn, dus effectief, dan zouden ze gekenmerkt moeten worden door een samengaan van dynamiek én stabiliteit.

De schrijver en filosoof Pirsig (schrijver van de bestseller ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’) gaat in zijn boek ‘Lila’ op zoek naar de essentie van kwaliteit. Hij ontdekt dat kwaliteit is te verdelen in twee elementaire onderdelen, namelijk dynamische en statische kwaliteit. Statische kwaliteiten moeten er zorg voor dragen  dat verworvenheden worden behouden. Dynamische kwaliteit is de kwaliteit die ervoor zorgt dat leven leven blijft en dat statische kwaliteit niet leidt tot niet meer groeien, tot niet meer vernieuwen. Dynamische kwaliteit is de kracht van alle vernieuwing, van alle groei. Zonder dynamische kwaliteit kan een organisme niet groeien en zonder statische kwaliteit kan een organisme niet blijven bestaan. Een bot in ons skelet groeit door dynamische kracht, maar moet ook de eigenschappen behouden die noodzakelijk zijn om haar functie binnen het skelet te kunnen uitoefenen, zoals het hebben van een bepaalde stevigheid.

Deze noodzaak van dynamische en statische krachten kunnen we op vele gebieden van het leven herkennen. Zo zien we binnen culturen dat statische patronen zo sterk zijn dat ze iedere dynamische vooruitgang verhinderen, zoals in de Victoriaanse cultuur en vele traditionele godsdiensten. Ook zien we dynamische vernieuwingen die geen verankering kunnen vinden en vervolgens gedoemd zijn te mislukken, zoals de feministische beweging in het begin van de twintigste eeuw of zoals in deze tijd wellicht ook de Arabische lente of de noodzakelijke pogingen om de cultuur binnen de financiële wereld te veranderen. In deze gevallen komt het evolutionaire proces een poosje tot stilstand.

Het schrijven van dit verhaal vereist als dynamisch proces ook statische kwaliteiten, zoals een rustige omgeving en geen andere bezigheden en zorgen. En af en toe loop ik weg van mijn computer om even iets anders te doen, afstand te nemen. Dit resulteert doorgaans in een frisse kijk op datgene waar ik mee bezig ben. 

Een samengaan van dynamische en statische krachten is noodzakelijk voor een duurzame groei en ontwikkeling van onszelf, van organisaties, van de maatschappij en de wereld, hetgeen niet gemakkelijk is en spanningsvelden oproept tussen bijvoorbeeld orde en vrijheid en tussen veiligheid/zekerheid en ontwikkeling/vernieuwing.

Veranderingsprocessen zouden met dit gegeven dan ook rekening moeten houden, willen ze vruchtbaar zijn. Zo stelt de huidige vluchtelingcrises hoge eisen aan het vormgeven van de veranderingsprocessen die hiermee samenhangen zowel door regeringen als door onszelf: het vinden van evenwicht tussen de behoefte en de zorg om ons thuis te voelen in onze eigen eigenheid en tussen het willen openstaan voor mensen zonder thuis, voor de ontmoeting met hen en voor onze diepe wens dat iedereen een menswaardig bestaan heeft en vooruitzichten op een toekomst waarin hij en zijn kinderen kunnen groeien en zich ontwikkelen.


We zijn mensen die met beide benen op de grond staan, vaak in de modder of stof, en reiken naar de hemel. We zijn in dit leven als spirituele wezens aardgebonden en hebben diep in ons de wens om ons stapje voor stapje te ontworstelen aan deze gebondenheid en de hemel aan te raken. We kunnen groeien, ons ontwikkelen en dingen veranderen:


  • Angst in nieuwsgierigheid.
  • Verwachting in anticipatie.
  • Verzet in aanvaarding.
  • Verslaving in voorkeur.
  • Behoefte in tevredenheid.
  • Oordeel in observatie.
  • Verdriet in geluk.
  • Tijd van verwarring in een tijd van vrede.
  • Korte termijn in lange termijn.
  • Aardse honger in spirituele honger.
  • Overleven in leven.
  • Wetenschap in spiritualiteit.
  • Genot in geluk.
  • Seks in intimiteit.
  • Voelen in beleven.
  • Ikgericht in samengericht.
  • Ervaren in bewustworden.
  • Doen in creatief zijn.
  • Kijken in zien.
  • Oordelen in mededogen.
  • Geloven in weten.
  • Macht in kracht.
  • Naar buiten gericht in naar binnen gericht.
  • Naar anderen luisteren in naar jezelf luisteren.
  • Geluid/geruis/gedachten in stilte.
  • Hebben in zijn.
  • Vasthouden in vernieuwen, veranderen.


Bronnen: Neale Donald Walsch: Als alles verandert, verander dan alles; Harrie Bielders: Leven tussen hemel en aarde.


Als we kijken naar de huidige tijd vanuit de optiek van hetgeen hierboven is geschreven over overgangsfasen, dan moeten we constateren dat deze tijd alle kenmerken heeft van een overgangsfase met hevige turbulenties en crisissen:  de financiële crisis, de vluchtelingencrisis, de opstanden en oorlogen in het Midden-Oosten, de verdeeldheid binnen de Europese Unie, de politieke verwijdering tussen Rusland en het Westen, het terrorisme van IS en andere Islamitische groeperingen, de opkomst van nationalistische partijen in Europa, de toenemende ongelijkheid in de wereld, enzovoort.

Naast zorgen hierover, kunnen we deze tijd ook zien als hoopgevend, omdat de huidige turbulentie ook gezien kan worden als een teken van groei naar een tijd van nieuw evenwicht. Voorspellingen vanuit dit perspectief geven dan ook aan dat we na deze periode, die nog een aantal jaren zal duren, een periode tegemoet gaan van vrede, nieuwe en stabielere verhoudingen binnen de wereld op basis van het bewustzijn dat het beter is met elkaar samen te werken dan met elkaar te vechten. De ontwikkelingen tussen Iran en de Westerse wereld zijn hiervan een van de voortekenen alsook het klimaatakkoord van Parijs. We gaan langzaamaan inzien dat, willen we de wereldproblemen oplossen en onze toekomst zeker stellen, hiervoor maar één weg is: samenwerken. De verandering van een ikgerichtheid naar een samengerichtheid is zichtbaar.

Aan ons allen, aan iedereen de taak om hieraan een bijdrage te leveren in het leven van elke dag. Wereldbewustzijn en samenwerken op grote schaal kunnen alleen groeien op basis van de optelsom van persoonlijk bewustzijn en persoonlijk handelen dat gericht is op samen. Dit is de enige manier om terrorisme en nationalisme te verslaan, oorlogen te beëindigen en de hang naar macht, fanatisme, uitbuiting, buitensluiting, graai- en hebzucht, die de diepere oorzaken zijn van de huidige crisis, uit de wereld te helpen.

De titel van dit verhaal was: ‘Veranderen, hoezo?’ Omdat het noodzakelijk is voor onze persoonlijke groei en ontwikkeling en daardoor voor een menswaardig bestaan voor iedereen.


Valkenburg, februari 2016

© Harrie Bielders