Columns

Harrie Bielders

Boeken, verhalen, gedachten .......

COLUMNS


1.   Mateloos, januari 2015

2.   Liberté, égalité, fraternité, december 2015

3.   Terugblik 2015, januari 2016

4.   Integratie, februari 2016

5.   Onze gezondheid, april 2016.

6.   'De grote vakantie', juni 2016.

7.   Huis-thuis, augustus 2016.

8.   Voornemens, januari 2017.

9.   Bevrijd, maar ook vrij?, mei 2017.

10. Als het waar is, juni 2017.

11. Bij de hemelpoort, juli 2017.

12. Over liefde, augustus 2017.

13. Echt communiceren, januari 2018.

14. Opruimen, februari 2018.

15. Op weg, maart 2018.

16. Opa's en oma's, oktober 2019.

1. Mateloos


Toen ik in het begin van dit jaar stilstond en mijn gedachten liet ronddwalen, kwam spontaan het woord mateloos in me op.

We zijn  de maat verloren, de maat in vrijheid, de maat in geld, de maat in denken en handelen, de maat in ons hele zijn.

We hebben inspirerende levensvisies verwrongen tot tirannieke godsdiensten. 

We weten niet meer wat we moeten kopen aan cadeautjes, want we hebben alles, kasten vol van alles, een veel te grote auto en een veel te hoge hypotheek, veel te hoge inkomens en winsten ten kosten van de armen, veel te veel van alles zonder echt gelukkig te zijn.

We hebben onze verworven vrijheid van meningsuiting opgeblazen tot ‘alles mogen zeggen’, tot het genadeloos mogen beschimpen en kwetsen van mensen, groepen en instituties zonder dat we in de gaten hebben dat we daardoor mensen van ons verwijderen in plaats van proberen ermee in gesprek te komen. 

We hebben overal een mening over en blaten die overal uit, vaak zonder ons in de materie of de situatie te hebben verdiept.

We vinden onze mening de enig juiste en staan niet open voor de kwaliteiten van andere opvattingen. 

We zien ons zelf als middelpunt van de wereld en vinden dat iedereen en alles er voor ons zijn en anderen of de politiek de schuld zijn van ons gevoel van ongelukkig zijn.

We vinden dat we op alles recht hebben en vergeten onze eigen verantwoordelijkheid en plichten ten opzichte van onszelf, de samenleving, de wereld en de aarde.

We zoeken mateloos naar prikkels, willen mateloos genieten, willen mateloos liefhebben, willen alles hebben en zijn, we zijn op zoek naar geluk in een oerwoud zonder Tomtom. 

We profileren ons in alle opzichten tegenover anderen, in onze rijkdom, baan, uiterlijk, succes, geluk, opvattingen en gedrag  en vergeten dat we in dit leven gelijken zijn, allemaal op zoek naar hetzelfde, naar vrede, vrijheid, liefde en geluk en we vertrappen elkaar op weg naar de winkel waar dit blijkbaar allemaal te koop is.

Tegenover elkaar staan leidt tot oorlogen, terreur, ongelijkheid, uitbuiting, onvrijheid en ongeluk en we willen vrede, vrijheid, liefde en geluk. We zijn blijkbaar op weg naar de verkeerde winkel.


Januari 2015

© Harrie Bielders

Ik ben niet Charlie.

3. Terugblik 2015


Een van de vaste ceremonies rond nieuw jaar is Dé terugblik. Al decennia lang blader ik dan door mijn agenda, schrijf per maand de belangrijkste gebeurtenissen op en maak op basis van deze inventarisatie een jaarlijst die ik op haar beurt weer classificeer. In die lijst krijgt het afgelopen jaar een gezicht, zie ik de mooie, de verassende, de droevig en de moeilijke momenten en periodes en controleer ik mijn gevoel dat ik over het afgelopen jaar had.

Zo voelde het afgelopen jaar als een ‘afsluitjaar’ van een turbulente periode met o.a. de juridische en financiële afsluiting van de echtscheiding in 2013 en met het definitieve einde van 15 jaar Frankrijk door het verkopen van mijn huis aldaar. Een jaar waarin ik, of ik het wilde of niet, het gevoel had voortdurend gebonden te zijn aan het verleden. Ik was wel in het hier en nu en toekomstgericht, maar ik zat met een dikke elastiek nog vast aan het verleden. Het overzicht van de terugblik gaf dat gevoel een grond. Daarna was er een enorm gevoel van ruimte, lucht, van vrijheid, iets kleverigs was verdwenen. Ik kon me in alle vrijheid omdraaien naar het nieuwe jaar, ik voelde me welkom en stapte er met open armen en vol dankbaarheid in. Ik had de behoefte om het nieuwe jaar te kleuren met nieuwsgierigheid en verbeelding. Terugblikken geeft een kleur aan de toekomst.

Ik ben altijd een groot voorstander geweest van evaluatiemomenten, niet alsmaar doorlopen maar af en toe stilstaan en kijken waar ik sta, of ik nog wel op de weg loop die ik wilde gaan of om toch, gezien de omstandigheden, een andere weg te nemen.

In alle managementprocessen die ik heb ontwikkeld, hebben evaluatiemomenten een cruciale plaats. We leren door stil te staan, kritisch naar onszelf en de omgeving te kijken. Leren bestaat niet zonder voortdurende reflectie.

In juni 2015 stond er in het streekblad Markant een column ‘Geluk en de laatste levensfase’ geschreven door Lobke. Mensen maken in deze fase vaak de balans op van hun leven en geven aan wat ze anders zouden doen als ze hun leven konden overdoen. In de column werden vijf zaken aangegeven die mensen het vaakst noemen:

1.Ik wou dat ik de moed had gehad om mijn eigen leven te leiden en niet dat van anderen.

2.Ik wou dat ik niet zo hard had gewerkt.

3.Ik wou dat ik de moed had gehad mijn gevoelens te uiten.

4.Ik wou dat ik contact had gehouden met mijn vrienden.

5.Ik wou dat ik mezelf had toegestaan gelukkig te zijn.

De achtergronden  van deze spijtpunten zijn dat we, doordat we erbij willen horen, goedkeuring willen  krijgen en aardig gevonden willen worden, niet onze eigen weg kiezen en onze talenten ontplooien, dat we denken dat geld gelukkig maakt en dat we in ons streven daarnaar de mooie momenten van elke dag voorbij laten gaan, dat we conflicten willen vermijden om de lieve vrede te bewaren en daardoor niet kunnen worden wie we zijn,  dat we in de hektiek van het leven waarvolle vriendschappen verwaarlozen en verliezen die we zo nodig hebben, dat we genoegen nemen met een middelmatig leven uit angst voor veranderingen, uit angst om in het onbekende diepe  te springen.

Wat me bij het lezen van de column verdrietig maakte, was dat de vijf genoemde zaken voor velen de eindconclusies waren op het einde van hun leven.

Ik hoop zo dat ik en iedereen op het einde van het leven mag terugkijken op een leven waarover we het gevoel hebben dat we dat leven geleefd hebben dat we wilden leven, met al zijn mooie, gelukkige en moedige momenten en ondanks alle momenten van verdriet, tegenslag, mislukking, wanhoop en van twijfel, overeind gebleven in de ingewikkeldheid van het leven, trouw aan ons zelf, trouw aan onze dromen. Het regelmatig opmaken van de balans tijdens ons leven helpt, naar mijn overtuiging, om onze diepste dromen helder te houden en trouw te blijven aan onszelf. 2016 geeft daar weer kansen voor.


Januari 2016

© Harrie Bielders

5. Onze gezondheid


In 1948 spraken artsen en specialisten wereldwijd met elkaar de volgende simpele, maar duidelijke definitie van gezondheid af: Gezondheid is de afwezigheid van ziekte. In 2011 heeft Machteld Huber, huisarts en freelance onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut in Driebergen, samen met anderen een nieuwe omschrijving geformuleerd: Gezondheid is het vermogen je aan te passen en zelfregie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in je eigen leven. Op de website www.ipositivehealth.com wordt dit concept uitgewerkt en wordt gesteld dat gezondheid bepaald wordt door 6 samenhangende factoren:


1. Lichaamsfuncties.

2. Ons mentale welbevinden.

3 .Zingeving.

4. Kwaliteit van leven.

5. Sociaal maatschappelijk participeren.

6. Dagelijks functioneren.


Ik vind deze visie zeer hoopvol voor de door velen gewenste en gepraktiseerde holistische benadering van ‘gezondheid’, een benadering  waarbij in de spreekkamer van artsen en specialisten niet alleen gekeken wordt naar onze lichamelijke of psychische klachten, maar ook hoe we in het leven staan, wat onze persoonlijke omstandigheden zijn en hoe we daarmee omgaan.

Een van de consequenties van deze benadering is dat er bij het constateren van een ‘ziekte’ niet alleen een diagnose wordt gesteld van wat er aan de hand is, maar ook dat er, onder andere aan de hand van bovengenoemde factoren, op zoek wordt gegaan naar de mogelijke achterliggende oorzaken. Immers als de oorzaken niet worden weggenomen, zal de aandoening uiteindelijk niet overgaan, terugkeren en wellicht chronisch worden.


Ik herinner me mijn eerste behandeling voor een slijmbeursontsteking in mijn rechter schouder. Voor de behandeling hiervan werd ik door mijn huisarts doorverwezen naar een fysiotherapeut. Ik ging ervan uit dat die me meteen zou behandelen. Nee, hij begon een gesprek over mijn welbevinden en vroeg me het hemd van mijn lijf. Toen ik hem vroeg naar de zin van deze ondervraging, legde hij me uit dat het belangrijk was dat we samen de oorzaken van deze ontsteking op het spoor kwamen omdat ik anders over een jaar weer bij hem op de stoep zou staan. Uit het gesprek kwam naar voren dat mijn perfectionisme en de fanatieke manier waarop ik dingen aanpakte hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol hadden gespeeld bij het ontstaan van de ontsteking. Alsmaar gespannen spieren gaan op een gegeven moment protesteren, ze worden overbelast. Dus naast de fysieke behandeling van het euvel kreeg ik de opdracht om te proberen flexibeler te worden en regelmatig te ontspannen. Ook moest ik zelf oefeningen doen en de fysiotherapeut merkte als ik die niet had gedaan en sprak me dan streng toe: het was niet zíjn kwaal, maar die van mij.


Ik ben een groot voorstander van deze benaderingswijze omdat ik heb ervaren dat ziektes vaak alles te maken hebben met hoe ik in het leven sta. Een liesbreuk werd veroorzaakt omdat ik niet nee wilde zeggen en me forceerde met het verplaatsen van een kast, ik kreeg rugklachten na een periode met stressvolle relatieproblemen, raakte burn-out omdat ik in mijn baan geen voldoening meer vond, enzovoort. Ziektes of lichamelijke klachten, zo heb ik ervaren, zijn doorgaans alarmbellen, waarschuwingstekens die aangeven dat ik niet met de goede dingen bezig ben of de dingen op een verkeerde manier doe. Een ziekte is míjn ziekte en daarom ben ik de eerstverantwoordelijke voor mijn genezingsproces en de arts of specialist kan me vanuit zijn specifieke kennis daarbij helpen.


Ik hoop dat de holistische visie op gezondheid gemeengoed wordt. Dat er een accentverschuiving plaats vindt van symptoombestrijding naar het zoeken en opheffen van de oorzaken van defecten, van het bestrijden van de ziekte naar het voorkomen ervan, van ‘pillen’ naar investeren in een ‘gezondere’ levenswijze, van de arts of specialist als ‘redder’ naar die van hulpverlener, ondersteuner, van de houding ‘dokter maak mij beter’ naar zelfwerkzaamheid en het nemen van de eigen verantwoordelijkheid voor ons lijf , ons welbevinden en voor de manier waarop we leven.


April 2016

© Harrie Bielders

7. Huis-thuis


Heel veel mensen zijn in de zomer weg geweest, dichtbij of ver weg en zijn weer naar huis gegaan, thuis gekomen en zijn nu weer thuis.

Huis en thuis, twee verschillende woorden die we door elkaar gebruiken, maar die voor mij een verschillende gevoelswaarde hebben.

Na 14 verhuizingen, dus na 14 ‘huizen’: kamers, ‘echte huizen’ of appartementen in dorpen, stadjes, steden en op het platteland, in Nederland, Belgie en Frankrijk, ligt elk ‘huis’ in mijn herinnering opgeslagen met ieder zijn eigen gevoel, van gewoon een eigen veilig beschut plekje op deze grote aardbol tot en met een plek waar ik me omhuld voelde als door een warme jas, een plek die meer was dan een huis en voelde als ‘thuis’.

   

Als je mensen vraagt of ze tevreden zijn met hun huis, hebben ze het in hun antwoord doorgaans niet alleen over het huis op zich, over de indeling, de grootte, de inrichting en de tuin, maar doorgaans nog meer over de omgeving, over de buren, de sfeer in de straat, het dorp of de stad, de aanwezigheid van en de afstand tot winkels, scholen en andere voorzieningen, over de bereikbaarheid van het werk en ander relevante zaken. Of we tevreden zijn met ons huis is dus blijkbaar van veel meer aspecten afhankelijk dan alleen van de beleving van ons huis.

   

De schrijver Hennig Mankel zegt: ‘Je bent niet thuis waar je schoenen staan, maar waar je dromen liggen’. En Youp van ’t Hek zei in een van zijn nieuwjaarsconferences dat, als iedereen die toen voor de televisie naar hem zat te kijken, daar naar toe zou gaan waar hij echt wilde zijn, er binnen een half uur enorme files zouden ontstaan op de wegen.

Dat roept de vraag op of we in ons huis ook thuis zijn, ons echt thuis voelen, of daar onze dromen liggen?

   

Ik kan die vraag voor niemand beantwoorden, alleen voor mezelf.

Niet alle huizen waar ik heb gewoond voelden echt als ‘thuis’ en een aantal huizen waar dat wel het geval was voelden op den duur niet meer als zodanig.

Een huis dat voelt als ‘thuis’ is blijkbaar veel meer dan muren en een dak op een stuk grond met een kadasternummer, meer dan materie en een plek, maar een huis dat gevuld is met de sfeer vanuit zijn omgeving en met het gevoel van de bewoners over zichzelf, over elkaar en gewoon over het leven van alledag. En dat leven verandert, voortdurend.

     

Ik ben 14 keer verhuist omdat het huis niet meer paste bij de veranderde situatie, wat vroeg om op zoek te gaan naar een huis dat paste bij de nieuwe omstandigheden en weer zou voelen als een warme deken, een omarming waar ik me in de hectiek van het leven terug kon trekken en me veilig, warm, omarmd en ontspannen kon voelen.

Nu, na de 14de  verhuizing, voel ik me weer echt THUIS en wil ik hier nooit meer weg. Maar of dit de laatste keer is dat ik ben verhuisd, weet ik niet, want het leven verandert, alsmaar.

   

Augustus 2016

© Harrie Bielders

9. Bevrijd, maar ook vrij?


Mijn lief stelde rond 5 mei de vraag of het niet tijd wordt dat we Bevrijdingsdag een bredere inhoud geven dan alleen het vieren van het feit dat we meer dan 70 jaar geleden bevrijd werden van de bezetting en het fascisme van de Duitsers.

Ik kon het daar alleen maar volledig mee eens zijn, vandaar deze column als poging voor een verbreding van de invulling van Bevrijdingsdag.

Het vieren van een zeer belangrijke gebeurtenis uit het verleden zou ook altijd een bezinningspunt moeten zijn op het heden en ons handelen naar  de toekomst.

Natuurlijk zeggen we op 4 en 5 mei altijd ‘Dit nooit meer!’en kunnen we onszelf en Nederland prijzen als een land en volk dat vrij is, dat vrij kan denken en zich vrij kan uiten, zeker in vergelijking met een zeer groot deel van de wereld, waar oorlogen, bezetting en onderdrukking nog volop aanwezig zijn. En natuurlijk verdedigen we deze verworven vrijheden.

Maar een laag dieper: zijn we diep in onszelf vrij, zijn we niet de slaaf van het kapitalisme en het materialisme, van onze opvatting dat succes en rijkdom de belangrijkste voorwaarden zijn voor geluk, terwijl dit niet alleen niet waar is, maar ook dat ze voor het merendeel van de mensen niet zijn weggelegd mede omdat we succes en rijkdom heel vaak verwerven over de ruggen van anderen en ten koste van ons leefklimaat, waardoor de kloof tussen rijk en arm alsmaar groter wordt, er vluchtelingenstromingen, terrorisme en oorlogen ontstaan en de leefbaarheid en het voortbestaan van de aarde wordt bedreigd?

En hoe zit het met de vrijheid van ons eigen denken, voelen en handelen? Hoe zit het hiermee op ons werk, in onze relatie met onze partner, kinderen en vrienden? Waarom houden we gewoontes, rituelen, werk, relaties en vriendschappen in stand terwijl we ze als bedrukkend ervaren? Omdat we bang zijn voor het onbekende, voor verandering, voor echte vrijheid?

Waarom vinden we dat we met alles moeten meedoen, met modes, met alles wat ‘in is’? Waarom loopt tegenwoordig bijna iedereen in een gescheurde broek? Omdat we het echt mooi vinden of omdat we erbij willen horen? 

Waarom kiezen we opleidingen en beroepen die ‘in zijn’, status hebben en perspectief bieden op het verdienen van veel geld, maar waarmee we niet gelukkig zullen worden omdat ze niet bij onze passie aansluiten? Geloven we niet echt in de kracht en waarden van ons authentieke ik? Zijn we bang om echt onszelf te worden en te zijn, om vrij te zijn?

We zijn vaak onvrij door mensen en factoren buiten ons, maar heel vaak zijn we het zelf die ons onze vrijheid ontnemen om degene te worden die we willen zijn vanuit onze diepste dromen: het beste in onszelf tot bloei laten komen.

Vrijheid brengen in de hele wereld ligt doorgaans niet binnen onze mogelijkheden, maar wel het verwerven van vrijheid voor ons zelf en het geven van vrijheid aan anderen om zichzelf te kunnen zijn en ieders authenticiteit tot bloei te laten komen: het realiseren van de dromen die in de jaren zestig na de bevrijding in 1945 werden gedroomd. Lentedromen die meer dan ooit actueel zijn en om realisering vragen.

Misschien moeten we Bevrijdingsdag wel een andere naam geven: Dag van de vrijheid.


Mei 2017

© Harrie Bielders

11. Bij de hemelpoort.

 

Een man kwam na zijn dood bij de hemel-poort en de poortwachter vroeg hem wat hij in zijn leven had gepresteerd. De man antwoordde trots dat hij directeur was geweest van een ICT-bedrijf. De poortwachter zei hierop dat zij dat hierboven hadden geregeld en dat het er om ging wat hij daarmee had gedaan. De man antwoordde dat hij er veel geld mee had verdiend en daardoor een luxe leven had kunnen leiden, iets wat toch iedereen wilde. De poortwachter vervolgde dat het er uiteindelijk om ging wat hij met zijn bedrijf, met zijn leven had toegevoegd aan het welzijn van anderen en de  wereld, of hijzelf en anderen er betere mensen door waren geworden, vrijer, bewuster en liefdevoller. Hij was immers naar de aarde gegaan om de aarde beter te maken en niet om er alleen maar zelf beter van te worden.

Het Chinese begrip Dao of Tao betekent ‘de weg’ en wel de weg die we zelf creëren terwijl we hem gaan. Alles wat we doen en de wijze waarop we ons leven leiden, beïnvloedt alles om ons heen. Er is een goede en een verkeerde weg. ‘Goed’ betekent dat we afgestemd zijn op de wereld om ons heen, ermee in contact staan en er op de juiste manier op reageren zodat we een weg scheppen en lopen waarop wijzelf en alle mensen om ons heen kunnen floreren. Een verkeerde weg is omgekeerd: alleen mikken op ons eigen succes en macht, ongeacht hoe het met andere mensen gaat. Dat is ‘verkeerd’ omdat het op de lange duur ons leven en dat van de mensen om ons heen niet ten goede komt.

Uit gesprekken met mensen met een bijna-dood-ervaring blijkt dat we na onze dood een overzicht krijgen van ‘wat onze voetafdruk was in de sneeuw’: wat ons handelen anderen heeft gedaan, wat we wel en niet hebben bijgedragen aan hun welzijn, wat de meerwaarde was van ons leven.

In dit licht kunnen we ons afvragen wat de meerwaarde is van bijvoorbeeld speculeren op de beurs, op vastgoed of op koffie. Antwerpen heeft de grootste opslagplaats voor koffie in de wereld. De koffie ligt daar als speculeerobject: wachten tot de prijs stijgt en dan verkopen, eventueel door het schep-pen van schaarste door de opslagruimte tijdelijk gesloten te houden. Noch de koffieboeren, noch de consument wordt hier beter van, alleen de handelaren. Zij en het systeem voegen geen enkele waarde toe. Olie die in tankers vanuit het Midden-Oosten wordt vervoerd naar Rotterdam verwisselt op die tocht een aantal keren van eigenaar tegen een steeds hogere prijs. Wie en wat wordt daar beter van dan alleen de handelaren?

Er kan alleen een betere wereld ontstaan als we allemaal waarden toevoegen aan het welzijn van ons allen en de wereld. En dat kunnen we, ieder op zijn eigen manier, als kruidenier, als directeur, als timmerman, als vader, als partner, als verpleger, onderwijzer, schoonmaker, enzovoort, door de moraal van de goede weg te volgen. Het kapitalisme met zijn vrije marktdenken is niet de juiste filosofie om mensen te stimuleren de goede weg te lopen.

Maar de onontkoombare vraag die na de dood aan iedereen gesteld zal worden, is wat we in en door ons leven hebben bijgedragen aan het welzijn van ons allemaal.


Juli 2017

© Harrie Bielders

13. Echt communiceren!


Ik zie steeds meer mensen lopen, wandelen, fietsen of op een terras of in een restaurant zitten met alleen aandacht voor hun smartphone. Velen hebben hem vaak voortdurend in hun hand. Wat is het wat de smartphone zoveel interessanter maakt dan het kijken en ervaren van de omgeving en het praten met elkaar?

Vroeger schreven we met zorg brieven die dagen onderweg waren en waarop we misschien pas na een week of weken antwoord kregen. Tegenwoordig wordt van ons verwacht dat we, als we een whatsapp of een ander bericht ontvangen, daar onmiddellijk op reageren. Rustig de tijd nemen voor het lezen en het geven van een reactie is er niet meer bij. Alles moet vlug en snel.

Er wordt geconcurreerd met het aantal likes dat we ontvangen en hoeveel ‘vrienden’ we hebben. Naast mode, status en geld is het gebruik van sociale media steeds meer een middel geworden om onszelf te profileren. We willen het beeld uitstralen dat het goed met ons gaat, dat we oké zijn, actief, bij de tijd, geliefd, gelukkig en succesvol.

We hebben door de moderne communicatiemiddelen nog nooit zoveel met elkaar gecommuniceerd als in deze tijd. Maar wat is de kwaliteit van die communicatie, wat draagt die bij aan ons welzijn? Hoe komt het dat ondanks ons intensief communiceren steeds meer mensen zich depressief en eenzaam voelen en niet zo goed weten wat ze met het leven aanmoeten.

De doorsnee communicatie via de sociale media is, zoals reeds gezegd, vluchtig en dingen die we vlug doen hebben doorgaans geen hoge kwaliteit, zoals tientallen jaren geleden al is gebleken uit onderzoek. Kwaliteit vraagt tijd en aandacht.

Daarnaast bestaat de hedendaagse communicatie via de meeste sociale media vaak alleen uit ingetikte woorden en woorden spelen maar een zeer geringe rol binnen het geheel van communicatie. Het gesproken of geschreven woord maakt hiervan maar 7% uit, maar de non-verbale communicatie: de intonatie, de lichaamstaal en de mimiek, maar liefst 93%, waarvan 55% wordt bepaald door lichaamstaal en mimiek en 38% door de intonatie. De non verbale communicatie speelt dus de hoofdrol in de communicatie tussen mensen.

Een voorbeeld: iemand stuurt ons een berichtje en wij reageren met  ‘Leuk ja!’ De echte betekenis van dit ‘Leuk ja!’ kan variëren van geweldig  tot gewoon leuk tot zelfs een afkeurend leuk zoals we vaak afwijzend reageren op een voorstel dat wordt gedaan met ‘Leuk ja!’.

Doordat bij o.a. whatsapp-, e-mail- en faceboekberichten de non verbale communicatie geen rol speelt, is dit dus een zeer povere en oppervlakkige manier van communiceren. We kunnen doorgaans moeilijk inschatten wat de ander echt bedoelt, echt voelt en aan ons wil overdragen. Dit kan wel bij direct contact, bij vis à vis-, face to facecommunicatie.

Een hiermee samenhangend nadeel van de sociaalmediacommunicatie is dat we, naarmate we minder de echte gevoelens van anderen kunnen ervaren, we de ander en daardoor onszelf steeds minder echt ontmoeten en dus leren kennen. Het sociaal van en aan elkaar leren wordt minder en daardoor verminderen onze sociale vaardigheden. We pingpongen met woorden maar echt communiceren betekent pingpongen met de ander als persoon die we echt ontmoeten door in zijn ogen te kijken, zijn gezichtsuitdrukkingen te lezen en de nuances van zijn stem te horen. We willen diep in onszelf echt ontmoeten, contact voelen, aandacht krijgen en emoties, vriendschap en liefde ontdekken, voelen en delen, waardoor we de ander en onszelf leren kennen, we zelfvertrouwen krijgen in wie we zijn, we onszelf de moeite waard vinden en we daardoor onze eigen weg durven gaan en niet slaafs en hijgend achter alle trends, verlangens en verwachtingen van anderen aanlopen op zoek naar …? Bedelen om aandacht en waardering levert doorgaans niets op, wel zelf echte aandacht geven aan onszelf en de ander.

Laten we kwantiteit inruilen voor kwaliteit, oppervlakkigheid voor intensiteit, vluchtigheid voor aandachtigheid, meer voor minder, haast voor het nemen van tijd, veel woorden voor weinig maar echte woorden, verstarde botoxgezichten voor gezichten die onszelf kunnen laten zien, appen voor praten en echte ontmoetingen, face to face of op zijn minst door te bellen of te skypen. Laten we oog hebben voor de glinstering en droefheid in ogen, voor opgetrokken wenkbrauwen, lachende of huilende monden, voor vrolijk- of droefklinkende woorden, voor liefdevolle of afwijzende gebaren. Laten we volledig mens zijn in onze woorden, alleen dan kunnen we onszelf en de ander echt ontmoeten en daardoor groeien en betere en liefdevollere mensen worden.


Valkenburg, januari 2018

© Harrie Bielders

15. Op weg.


We zijn op weg, jij, ik. En ook al staan we soms letterlijk of figuurlijk stil, de tijd voert ons mee door de dagen, weken, maanden en jaren, door de jaargetijden, de verschillende levensfasen en de specifieke tijd waarin we leven, waarin we mensen, situaties en gebeurtenissen tegenkomen die we vaak niet zelf bepalen maar die gewoon op onze weg komen. Deels zijn we vrij in wat we doen en de wijze waarop we ons leven leiden, hetgeen onze weg, onszelf en alles en iedereen om ons heen beïnvloedt, deels hebben we, of we het willen of niet, gewoon de algemene levensprocessen te doorlopen, zoals die van de groei van kind naar volwassen en die van het ouder worden en komen we onverwachte positieve en negatieve situaties tegen. Onze weg lopen we in een mix van vrijheid en gebondenheid.

We kunnen weloverwogen op vakantie gaan, een doel kiezen, kijken wat er allemaal valt te beleven en de wegen ernaartoe verkennen in het streven naar een optimale vakantie, maar we kunnen niet alles bepalen, vaak wel het omzeilen van de drukte maar niet het weer of een lekke band onderweg. Het spannende is hoe we omgaan met het onbekende, het onverwachte, met de negatieve en positieve situaties.

We kunnen ons de vraag stellen welke vakanties ons het meest zijn bijgebleven en waaraan we mooie, spannende herinneringen hebben en waarover we nog jarenlang verhalen vertellen? Zijn het de vakanties waarin alles verliep zoals gehoopt, of vakanties met omstandigheden die ons uitdaagden en waarin we het gevoel hadden dat we problemen hebben opgelost, situaties hebben getrotseerd waar we ons niet toe in staat achtten? Ik denk dat het merendeel van ons zich de vakanties herinneren die op de een of andere manier spannend waren, waarin iets te beleven viel, waar dingen waren te zien of gebeurden die verrasten, uitdaagden.

Waarom  gaat uiteindelijk onze voorkeur uit naar een spannend vakantie? Ik denk omdat we willen leren, willen groeien en ons ontwikkelen en dat kan alleen als we worden geconfronteerd met nieuwe dingen, nieuwe mensen, nieuwe situaties die ons uitdagen dingen te doen die we nog niet kenden of konden. We zijn hier op aarde om letterlijk en figuurlijk te groeien en ons te ontwikkelen en daarvoor biedt het leven alsmaar nieuwe mogelijkheden en uitdagingen. Daarom hebben we ook dromen, ze dagen ons uit. Wie gaat een steile berg beklimmen zonder de droom op de top te komen en daar te genieten van een prachtig uitzicht? Groeien en onszelf ontwikkelen vereist inspanning, bewegen, veranderen, alsmaar. En als we dat zelf niet willen, dwingt de situatie ons er wel toe.  Mijn moeder had niets op met de pinpas, maar op een gegeven moment kon ze ook aan het loket van de bank geen geld meer opnemen zonder de pas. Alles verandert, beweegt, alles en iedereen is op weg, en dat vraagt van ons om te leren omgaan met veranderingen, problemen, met moeilijke en nieuwe situaties.

Het is mijn inziens dan ook een negatieve ontwikkeling om te streven naar een zogenaamd probleemloos leven waarin we alle ziektes uitbannen, kinderen overbeschermen, een leven waarin we voortdurende de problemen voor anderen oplossen waardoor we hen hulpeloos maken, een leven waar geen plaats is voor uitdagingen, voor vallen, fouten maken, mislukkingen en voor een grote verscheidenheid aan probeersels en ervaringen. Juist hiervan leren we en juist hierdoor groeien we en worden we weerbaar tegen zogenaamde tegenspoed. Mislukkingen bestaan alleen als we alsmaar dezelfde fout maken, niet leren van onze fouten. Ons leven is mislukt als we niets hebben geleerd, geen betere mensen zijn geworden in de meest brede betekenis. Wat we allemaal tegenkomen in het leven bepalen we heel vaak niet zelf, maar wel hoe we ermee omgaan. Mensen zonder lichamelijke en psychische weerbaarheid redden het niet of maar heel moeizaam in hun leven omdat ze niet weten om te gaan met datgene wat we allemaal tegenkomen.


Valkenburg, maart 2018

© Harrie Bielders

2. Liberté, égalité, fraternité


Begin dit jaar was er de aanslag op Charlie Hebdo en nu tegen het einde van het jaar werd Parijs voor de tweede keer getroffen door aanslagen van ontspoorde mensen. Regeringen spreken hun afschuw uit, proberen maatregelen te nemen om nieuwe aanslagen te voorkomen en intensiveren de oorlog tegen IS. Het zijn allemaal onderbuikreacties, begrijpelijk vanuit de drang tot overleven. Het zoeken naar de oorzaken van deze gruwelijke ontsporingen wordt voornamelijk door wetenschappers en andere nieuwsgierige zoekers aan de orde gesteld, maar politici hoor je daar zelden over want dan moeten ze kijken naar het verleden en naar wat er toen allemaal fout is gegaan. En de uitkomsten van zo’n onderzoek zijn doorgaans confronterend en niet prettig voor politici die vaak op de eerste plaats bezig zijn zich te profileren voor de volgende verkiezingen.

Enige tijd geleden las ik een onderzoek  naar de invloed van de toenemende ongelijkheid in wijken, steden, landen en de wereld op de gezondheid, het welzijn, de criminaliteit, het terrorisme en op andere ontsporingen. Het moge niet verwonderlijk zijn dat de uitkomsten hiervan aangaven dat die invloed uiterst negatief en desastreus is.

Ook blijkt dat ons koloniale gedrag in het verleden en nu, de economische uitbuiting van landen en mensen, racisme, het ongefundeerd ingrijpen in bijvoorbeeld Irak, het niet willen en kunnen oplossen van het Palestijns-Joodse vraagstuk en de arrogante manier waarop het westen anderen meent te moeten vertellen hoe het moet, generaties lang wonden slaan in de verbondenheid tussen mensen, groepen, en volkeren.

Ongelijkheid ondergraaft onze verbondenheid en daardoor onze vrijheid. De leuze ‘Liberté, égalité, fraternité’ staat op vele overheidsgebouwen en kerken in Frankrijk, als streven maar nog lang niet als een beeld van de werkelijkheid.


Het is gemakkelijk om dit streven van anderen te vragen, van regeringen, bestuurders en andere groeperingen die het in onze ogen allemaal niet goed hebben gedaan of het niet goed doen.

En wij, ik?

Er is een gezegde dat aangeeft dat als ik met een vinger naar de ander wijs, er drie vingers naar mezelf wijzen. Een ander gezegde luidt: Verbeter de wereld en begin bij jezelf. Allemaal lekker ouderwets, maar een noodzakelijke uitdaging voor het komende jaar: het leveren van een bijdrage aan de vrijheid en aan de rechts- en kansengelijkheid voor iedereen en aan de economische solidariteit van ons allen, aan liberté, égalité en fraternité in onze naaste omgeving, aan een omgeving zonder pesten, roddelen, graaien, familie- en burenruzies, zonder vechtscheidingen en conflicten op het werk en daardoor aan een stabielere wereld, zonder oorlogen en vluchtelingenstromen, zonder honger en armoede, zonder milieuvervuiling en milieurampen: een wereld waar iedereen mag en kan leven in vrede met zichzelf en met elkaar.


December 2015

© Harrie Bielders

4. Integratie


Ik weet niet of ik het juist heb, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het woord integratie binnen de huidige vluchtelingencrisis en trouwens ook al tijdens de jarenlange komst van buitenlandse arbeiders, vanuit de Nederlandse bevolking de toon heeft van: ‘Jullie moeten je aanpassen’. Als je op internet de betekenis van het begrip ‘Integratie’ opzoekt, vind je daar echter o.a. de volgende definitie en nadere omschrijving:


Integratie is de opname in een (groter) geheel. Het gaat daarbij voornamelijk om de opname van personen of bepaalde bevolkingsgroepen in de maatschappij.

Een belangrijk kenmerk van integratie is dat de opname van personen of bevolkingsgroepen van beide kanten komt. Zowel de binnenkomende partij als de ontvangende partij passen zich aan de ander aan en daarmee ontstaat samensmelting tussen die twee personen of bevolkingsgroepen. Daarmee onderscheidt integratie zich nadrukkelijk van assimilatie waarbij aanpassing slechts van één kant komt.


Uitgaande van deze omschrijving stelt de wens of eis tot integratie zowel eisen aan mensen die ons land binnenkomen als aan ons, de Nederlanders. Ik krijg de indruk als ik het integratiedebat volg dat er niet alleen vaak uitsluitend eisen aan de binnenkomenden worden gesteld  maar ook dat we ons moeilijk kunnen verplaatsen in wat de eis tot integratie voor de mensen betekent die doorgaans niet voor hun plezier naar ons land komen.

Ik heb jarenlang in Frankrijk gewoond en gezien hoe veel Nederlanders daar moeite hebben met het integratieproces, terwijl ze daar meestal voor hun plezier naar toe zijn gegaan. Velen spreken zelfs na jaren de taal niet of nauwelijks, steunen vooral op de contacten met andere Nederlanders, kiezen vaak hun woonplaats in de buurt van landgenoten en hebben vaak moeite met de Franse gewoontes, gebruiken en regels.

In Spanje wonen groepen Nederlanders in ressorten bij elkaar met Nederlandse winkels en gezondheidszorgvoorzieningen. En als ik kijk hoe bijvoorbeeld Nederlandse toeristen zich in het buitenland kleden en gedragen en welke wensen ze hebben met betrekking tot bijvoorbeeld eetvoorkeuren, zie ik nu niet bepaald een patroon van zich makkelijk aanpassen aan de cultuur van het betreffende land.

Wellicht is het voorafgaande aanleiding om nog eens goed na te denken over de moeilijkheid van de opgave die het woord integratie in zijn volle en juiste betekenis stelt aan alle betrokken partijen, aan zij die ons land binnenkomen en aan ons, de autochtonen.


Februari 2016

© Harrie Bielders

6. ‘De grote vakantie’.

 

De winter trekt me naar binnen en de zomer naar buiten. De winter is de ideale tijd om op reis te gaan in mezelf, in boeken en overpeinzingen  en om daar nieuwe dingen te ontdekken. De zomer is de idealen tijd om op reis te gaan, naar buiten en daar op ontdekkingstocht te gaan.

Het is begin juni en nog even en dan is het zover, dan sluiten de scholen en bedrijven in een afgesproken volgorde en barst het seizoen van ‘de grote vakanties’ in alle hevigheid los, ontstaan vakantiefiles op de autowegen en naar de stranden, lopen campings, vakantieparken en vliegtuigen vol en worden de wachtrijen in de attractieparken steeds langer.

Het basale vakantiegevoel verlangt ernaar om een paar weken de alledaagse sleur te ontvluchten, te ontspannen en te genieten van niet meer moeten. Maar gaat dat lukken?  Ruilen we de alledaagse hektiek en drukte in voor de vakantiehektiek en -drukte? Lukt het ons om spanning in te ruilen voor ontspanning, lawaai en drukte voor stilte en rust, voor ‘slow down’? We hebben onze vakantie gepland: onze vakantieplek, de reis en andere zaken. Hebben we dat gedaan op basis van wat ‘in’ is, goedkoop, stoer of cool of op basis van wat we echt nodig hebben om weer fris en gemotiveerd in het leven te staan?

Vakantie komt van het Latijnse woord vacare, dat leeg maken, leeg worden betekent. Leeg maken houdt onder andere in dat we proberen te ontspannen en zo alle stress de kans geven om te ontsnappen uit ons gespannen lijf, met helaas als gevolg dat we de eerste dagen van de vakantie vaak hoofdpijn hebben, geïrriteerd zijn, ongeduldig en soms zelfs ziek. Daarom is het misschien goed te overwegen om niet meteen op vakantie te gaan, maar eerst een paar dagen rust te nemen, lekker uit te slapen en te genieten van niet meer ‘moeten’ en dan rustig de laatste voorbereidingen treffen voor vertrek naar de vakantiebestemming, want letterlijk even weggaan uit de alledaagse situatie is doorgaans een belangrijke voorwaarde voor een verfrissende vakantie. Iedereen heeft wel de ervaring dat als je in de vakantie thuis blijft, je de sleur van het alledaagse maar moeilijk kunt doorbreken.

Weggaan, afstand nemen, biedt de mogelijkheden om op afstand naar ons alledaagse leven te kijken en te ontdekken wat we als prettig en onprettig ervaren, om nieuwe inzichten en ideeën te krijgen en om na thuiskomst weer fris en op een nieuwe manier aan het werk te gaan. Om ruimte hiervoor te krijgen is het wel nodig dat we veel van onze dagelijkse gewoontes uitschakelen: moeten, willen, prestaties leveren, plannen, oordelen en concurreren.

‘Vacare’ houdt ook in dat we vanuit ons ‘leeg zijn’ open kunnen staan voor nieuwe dingen, nieuwe manieren van leven, nieuwe gewoontes, landschappen, culturen, ideeën, visies en inzichten, elkaar weer echt aankijken en zien, voelen en ontmoeten. Het leven van elke dag vervreemdt ons vaak van onszelf en van elkaar, we zien in alle hektiek elkaar vaak niet echt, weten niet wat er in onszelf en de anderen allemaal omgaat, wat we denken en voelen en wat we echt zouden willen. Vakantie is ons zelf leeg maken, weer ruimte maken voor nieuwe inzichten en manieren van handelen en zijn, voor echt ontmoeten, zien, omarmen en liefhebben van onszelf en van elkaar. De juiste vakantiebestemming, dichtbij of veraf, wordt bepaald door wat wij nodig hebben om te ontspannen en geïnspireerd te raken voor een vernieuwde manier van ons alledaagse zijn.

En als dat allemaal is gelukt, leeft de vakantie echt voort en hoeven we na de vakantie niet al die verhalen te vertellen over wat we allemaal hebben gezien en gedaan om ons zelf wijs te maken dat het een geweldige vakantie was, terwijl er niet echt iets is veranderd, verfrist of vernieuwd in ons leven, we niet echt zijn ontspannen en tot rust zijn gekomen en we het gevoel hebben dat we gewoon weer aan de slag moeten. Een vakantie is geslaagd als we met frisse moed en nieuwe ideeën weer kunnen en willen beginnen aan het leven van alledag.

Ik wens iedereen een ontspannende en inspirerende vakantie.

 

Juni 2016

© Harrie Bielders

 

You're slowly coming back to life!

8.Voornemens.


Als we voornmens hebben gemaakt voor 2017 houdt dat in dat we even hebben stilgestaan, hebben omgekeken naar het afgelopen jaar of jaren en ons, op basis van deze terugblik, hebben voorgenomen een aantal dingen anders te gaan doen.


Dieren maken geen voornemens, die volgen hun instincten, mensen maken die wel omdat we diep in ons hart willen groeien, onszelf willen ontwikkelen. Maar tot wat?


Door de tsunami van geluksbeelden en verwachtingen die door onze omgeving over ons worden uitgestort, zijn we geneigd deze over te nemen als DE idealen die ons gelukkig maken, maar een tulp kan geen boom worden en een boom geen tulp.


Er is volgens mij maar een ding dat ons gelukkig kan maken en dat is worden wie we diep in ons zelf willen en dus moeten zijn.

Ieder mens is anders, omdat hij met een specifiek doel op deze aarde is gekomen, zijn eigen tekst heeft binnen het script van het grote toneelspel van het leven, zoals er binnen het plantenrijk duizend en een planten zijn met ieder zijn eigen functie, groeiproces en bloei.


Onze specifieke ‘tekst’ bevindt zich niet buiten ons maar binnen ons, in ons hart.

Onze eigen rol kunnen spelen, onze eigen weg lopen, onszelf kunnen zijn en worden, alleen dat kan ons gelukkig maken.

En als we die weg lopen, ontdekken we vanzelf dat we anderen nodig hebben en anderen ons om ieders rol tot zijn recht te laten komen binnen het totale verhaal.

Daarom repeteren toneelspelers intensief met elkaar en hebben ze mensen nodig die hen helpen hun rol zodanig te spelen dat die bijdraagt aan de kwaliteit van het geheel.

Van onszelf vraagt dat dat we ons verdiepen en bekwamen in ons specifieke eigen kunnen en nieuwsgierig en open kijken naar onze omgeving om te ontdekken wie en wat ons kan helpen 'onszelf te worden' en wat wij met onze specifieke kwaliteiten  aan de positieve ontwikkeling van onze omgeving kunnen bijdragen.


Goede voornemens hebben dus een ‘ik-kant’ en een ‘wij-kant’, hebben een achterliggend groter doel en moeten bij voorkeur SMART worden geformuleerd: specifiek, meetbaar, acceptabel (gesteund door mensen om ons  heen), realistisch en tijdgebonden.

Dus niet: ‘Ik ga afvallen.’, maar: ‘Ik wil graag een gezond en lang leven leven samen met mijn geliefden en daarom wil ik vóór 1 juni 2017 vijf kilo afvallen en wel samen met en gesteund door mijn vriendin, ervan overtuigd dat 5 kilo haalbaar is en ik dat met haar steun binnen die tijdspanne voor elkaar krijg’.


Een dergelijke formulering  kan voorkomen dat we onze voornemens binnen twee maanden alweer vergeten zijn en dat er in het merendeel van de gevallen niets van terecht komt.

Dit laatste  kan ook gebeuren als we onze SMARTgeformuleeede voornemens niet omzetten in heel concrete daden.


Moge 2017 een jaar worden waarin we weer een beetje meer mogen worden wie we echt willen zijn en een jaar vol liefde. ‘Liefde’ omschrijft Henk Smeijsters in zijn boek 'Autonomie' als: 'Dat ik de ander ondersteun zichzelf te zijn, dat we elkaar ondersteunen onszelf te zijn'.


Laten we ons ook voornemen om af en toe stil te staan en te kijken of we dat doen wat we echt willen doen en dus hebben te doen, om te voorkomen dat 2017 zomaar weer voorbij gaat.


Januari 2017.

© Harrie Bielders

10. Als het waar is.


Als het waar is, en het is waar,

dat ons diepste IK, onze ziel, bij de geboorte incarneert in een lichaam,

dat onze hersenen een soort computer zijn met de input van ons lichaam en onze ziel en dat die onze ervaringen en weten vertaalt in lichamelijke gewaarwordingen en acties,

dat ons lichaam instincten heeft die gericht zijn op overleven en dat die zoals bij dieren vaak neigen naar machtstrijd en egocentrisme,

dat onze ziel reikt naar liefde en verbinding, omdat we uit en door Liefde zijn geboren,

dat we met alles en iedereen verbonden zijn omdat we dezelfde bron hebben en we allemaal in het diepst van ons wezen hetzelfde willen: liefde voelen en geven,

dat we hier op aarde zijn gekomen om dat te leren, daarin te groeien en dat we dus alleen de weg van liefde kunnen gaan, misschien wel via omwegen, en dat we daarin dus niet vrij zijn, zoals een tulp geen boom kan worden,

dat we daarvoor vele levens nodig hebben,

dat alles wat we leren en ons bewust worden, wordt opgeslagen in ons bewustzijn en dat dat bewustzijn zich buiten ons lichaam bevindt en eeuwig is, dat wij ons daardoor na onze dood nog van alles bewust zijn, alles weten en dat de dood alleen de doorgang van de ziel naar leven in een andere dimensie is,

dat we na de dood een overzicht krijgen van in hoeverre we de weg van liefde zijn gegaan, dat we op basis hiervan van een plan maken voor het komende leven, dat we in het nieuwe levensplan vastleggen wat en wie we zullen ontmoeten,

en dat die personen en gebeurtenissen er zijn om van te leren, liefdevoller te worden,

dat niets wat we tegenkomen in wezen dus zinloos is,                                       

dat, als dat waar is, en het is waar, we ons kunnen/moeten afvragen

waarom we zo vast houden aan dit leven en het op allerlei manieren proberen te ver-lengen,

waarom we alles wat moeilijk is willen vermij-den, ontlopen en het niet zien als een uitdaging om te groeien,

waarom we veranderen moeilijk vinden, terwijl het noodzakelijk is om te groeien,

waarom we zo gefixeerd zijn op ‘gelukkig zijn’ en ‘het leuk hebben’ en niet zien dat ‘het op weg zijn’ naar onze diepste dromen ons leven zin en vreugde geeft,

waarom we vaak macht uitoefenen, mensen onderdrukken en grote en kleine oorlogen voeren,

waarom we accepteren dat er velen zeer rijk zijn en de meesten op deze aarde arm,

waarom we accepteren dat rijkdom meestal wordt verworven ten kosten van anderen,

waarom we zoveel waarde hechten aan rijkdom en macht en  nog niet hebben ontdekt dat geld en macht uiteindelijk niet gelukkig maken,

waarom we dictaturen bestrijden, maar de dictatuur van het geld tolleren,

waarom we onszelf niet afrekenen op de waarden die we toevoegen aan ieders leven,

waarom de rede onze god is en we ons diepste gevoel, ons diepe weten niet meer vertrouwen?


Enzovoort, enzovoort. Vragen blijven stellen over onszelf en de wereld, open en nieuwsgierig  zijn naar mogelijke antwoorden, zelfs de meest onwaarschijnlijke, is de motor van het leven. Het leven groeit, alles groeit, het heelal breidt zich uit en hopelijk ook onze bereidheid tot echt weten voorbij de materie en de dood.


Juni 2017

© Harrie Bielders

12. Over liefde.


Liefde is volgens mij verbinding zoeken en vinden en is daarom een werkwoord.

Liefde is niet van deze aarde, maar is als potentie meegenomen naar de aarde toen onze zielen incarneerden in materie om het aardse te bezielen op onze weg van verdere groei en ontwikkeling als ziel.

Door de incarnatie in materie kregen we ook de aardse instincten van overleven: de sterkste willen zijn, elkaar verdringen, wedijver en jaloezie, territoriumdrift, eerst ik, overheersing van het mannelijke, alles we wat zien in de natuur, hoe mooi die ook is. En dit alles heeft voortdurend invloed op ons leven.

Onze ziel is niet van deze aarde maar van de hemel en is geboren uit het Al, de Oorspring, God, of hoe we ‘Het’ of dat ‘Iets’ ook  noemen. En dat Al is Liefde, volledig Bewustzijn, volledige Vrijheid en we zijn geboren om dat allemaal te worden, zoals een zaadje van een bloem op haar beurt een nieuwe bloem wil worden, de essentie van zichzelf tot bloei wil laten komen: de essentie van het leven.

Daarom spreekt de definitie van liefde van Henk Smeijsters me zo aan: ‘Liefde is dat ik de ander ondersteun zichzelf te zijn, zichzelf te worden, dat we elkaar ondersteunen onszelf te zijn, onszelf te worden’.


Liefde, verbinding kunnen we zoeken en vinden  met onszelf, de ander, ons werk, de natuur, muziek, kunst, om hun schoonheid, hun liefde te ervaren en ons daarin en daardoor verder te ontwikkelen. Schoonheid is gestolde liefde en die liefde voelen we in de diepe verbondenheid met iemand, iets of alles.

We kunnen ons met alles verbinden, ook met onze aardse neigingen met als doel om ze te verheffen. Verbinding is nodig om onze zielskracht te kunnen laten stromen en zo onszelf, anderen en alles mee te nemen op onze weg naar liefde, bewustzijn en vrijheid.

Verliefdheid is volgens mij van deze aarde. Ze vergaat zoals alles, maar kan overgaan in liefde als we ons in liefde met de ander verbinden. En dat laatste kunnen we pas als we ons kunnen verbinden met onszelf. We kunnen niet geven, delen wat we zelf niet hebben, we kunnen ons niet echt verbinden met de ander als we ons niet kunnen verbinden met onszelf.


Er gaat veel door voor liefde wat het volgens mij eigenlijk niet is, zoals verliefdheid, maar bijvoorbeeld ook zorg en inspanningen die we geven en doen om geprezen te worden, om aan verwachtingspatronen van anderen te voldoen of als compensatie van zorg die we eigenlijk zelf zouden willen krijgen of om ons minderwaardigheidsgevoel te compenseren en ‘iemand te zijn’. Dingen die we doen vanuit ons hart, vanuit onze ziel, hoeven niet geprezen te worden, hoeven geen applaus.


Liefde is een werkwoord, zo heb ik mogen ervaren, een weg, een moeilijke en lange weg. We hebben er vele levens voor nodig om daar te komen waar die weg naar toe leidt, een weg met vele bochten en steile hellingen en iedere keer als we een bocht omgaan en denken dat we er zijn, komen we tot de ontdekking dat achter die bocht weer een weg ligt, alsmaar verder naar boven. Maar hopelijk kunnen we genieten van ieder nieuw uitzicht dat we krijgen als we weer een beetje hoger zijn geklommen, van gewoon het bewandelen van de weg met al zijn verrassingen en de effe stukken na de steile en van het even stilstaan en kijken naar al het mooie om ons heen.


Leuk Bielders, weer mooie woorden, definities en gedachten, maar weet jij wat echte liefde is? Ja en nee, ik filosofeer erover en probeer elke dag  om mijn weg erin te vinden. En die weg wil ik vinden omdat liefde me zo enorm fascineert, ik niet de zonder kan en het gevoel heb dat, zoals Griet op de Beeck schreef, liefde alles is, de ultiemste kracht en ons diepste streven.

Eigenlijk kan ik alleen maar stotteren als ik over liefde probeer te denken en te schrijven. Het is ongrijpbaar, net zoals het Al, God, de eeuwigheid. Maar het op weg er naartoe mogen zijn, voelt als geluk en op die weg voel ik me geliefd en liefdevol ondersteund door velen. Over liefde gesproken!


Augustus 2017

© Harrie Bielders

14. Opruimen.


Ik herinner me nog de grote schoonmaak die vroeger in het voorjaar een dag of 10 de sfeer in ons huis bepaalde. Elke dag was een ruimte aan de beurt. Elke kast, elk meubelstuk, elk tapijt  en elk hoekje kreeg een grote schoonmaakbeurt. Het huis stond op z’n kop, mijn moeder was in de schoonmaakroes. Voordat het echt voorjaar was, moest het huis tot in alle hoeken zijn opgeruimd en schoongemaakt en moest de groentetuin zijn omgespit, klaar voor zaaien en poten, klaar voor de lente.

Ook ik heb af en toe zo’n schoonmaakaanval. Niet een kleine zoals bij het regelmatig poetsen van mijn appartement, maar een drang om bergingen, kasten, dozen en dossiers te openen en te kijken wat er inzit en niet meer bij me hoort, als overbodig voelt, niet meer nodig.

In het najaar van het afgelopen jaar had ik zo’n aanval. Alle dozen die na de verhuizing van 2014 nog in de kelderberging stonden, alle opbergmappen en alle kasten moesten het ontgelden. En dat leverde dozen oud papier op gevuld met oude foto’s, brieven, tijdschriften, uitgescheurde artikelen en verouderde documenten, zakken met kleren en andere ‘niet-meer-nodige-zaken’. Elke doos of zak die ik wegbracht, gaf me een geweldig opgeruimd gevoel.

Zoekend naar de diepe achtergrond van mijn opruimwoede kwam ik erachter dat het alles te maken had met de levensfase waarin ik me bevind en waarin ik besef dat het leven eindig is. Een belangrijk criterium bij het opruimen was of datgene wat ik allemaal had nog interessant of waardevol was voor mijn lief, kinderen of kleinkinderen. Ik wilde alles netjes achterlaten, dus geen rommel of voor hen nietszeggende zaken.

Het opruimen van mijn spullen was veel meer dan het opruimen van materiële zaken. Het bekijken van foto’s, het lezen van mijn dagboeken, oude brieven en documenten riepen gebeurtenissen en situaties terug in mijn herinneringen die vaak een vloed van emoties veroorzaakten. Daarom duurde het dagen voordat ik een schoenendoos met foto’s, brieven of dagboeken had doorgespit. Het was niet alleen opruimen, keuzes maken om iets wel of niet weg te doen, maar zeker ook het verwerken van het verleden. Soms moest ik een dag rust nemen omdat het me allemaal teveel werd. Ik kreeg het niet verwerkt, verteerd.

Wellicht is het verwerken van mooie en minder mooie gebeurtenissen en situaties wel het belangrijkste van opruimen. De herinneringen aan mooie momenten geven het leven glans en de confrontatie met minder  mooie momenten maken me bewust van de rafelranden van mijn leven en van mijn beperkingen. Tevens verbinden gebeurtenissen zich met elkaar en worden lijnen zichtbaar. Ik ontdekte ook dingen die ik onder de mat had geveegd en die vroegen om opgeruimd te worden omdat ze anders broeinesten zouden kunnen worden van zwaarheid en een belemmering voor een open en creatief leven.

Toen ik met pensioen ging en met veel elan een nieuw leven begon, voelde ik dat ik eerst een boek moest schrijven over mijn moeilijke relatie met mijn vader. Na jaren afstand had ik op het einde van zijn leven  op een mooie manier afscheid van hem mogen nemen. Maar ik voelde dat dat te weinig was, niet voldoende. Ik moest ons ingewikkelde leven verteren, achter de feiten, gevoelens, gebeurtenissen kijken, naar mezelf en naar hem met al onze mooie en al onze schaduwkanten. Sinds die tijd voelt mijn relatie met hem als vredig en kon ik opgeruimd verder met mijn nieuwe leven.

Oude rommel vraagt om opgeruimd te worden, niet alleen in mijn directe omgeving maar ook in mezelf, wil er echt een nieuwe lente komen, nieuw leven ontstaan. Grote stenen op de grond belemmeren dat planten kunnen groeien en bloeien.

Opruimen betekent dat ik niet alleen spullen wegdoe, het verleden opruim en verwerk, maar ook naga welke gedrag, relaties, vriendschappen, gewoontes, tradities, rituelen en gedachteconcepten niet meer bij me horen. Wat wil ik bewaren en wat wil ik niet meer doen en dus laten?  Opruimen is in essentie stilstaan en me bewust worden van wat ik vind wat wel en niet meer bij me hoort, waarna ik in vrede met mijn verleden en mezelf opgeruimd verder kan. Laat de lente maar komen.


Valkenburg februari 2018

© Harrie Bielders

16. Opa’s en oma’s.

 

Ik hoorde onlangs iemand bij zijn afscheid van de politiek zeggen dat hij zich nu ging wijden aan zijn kleinkinderen en een arts ging na zijn pensionering naar een ander deel van Nederland verhuizen omdat zijn kinderen daar wonen. Ik zie opa’s en oma’s wekelijks op een of meerdere kleinkinderen passen en in de vakantietijd is de speeltuin hier in de buurt bevolkt met kinderen die worden opgevangen door opa’s en oma’s.

Maar ook hoor ik opa’s en oma’s in vertrouwelijke gesprekken zeggen dat ze het oppassen op de kleinkinderen zwaar en soms te zwaar vinden. Op de vraag waarom ze het dan toch doen, wordt vaak geantwoord dat ze geen nee kunnen zeggen of 'Dat dóe je toch voor je kinderen'.

Waarvan hebben de meeste ouders gedroomd toen ze werkten en hun kinderen opvoeden, kijkend naar de periode daarna? Kijk maar naar de reisreclames en volg maar de gesprekken van mensen die voor hun pensioengerechtigde leeftijd staan. Eindelijk lekker niks doen, opstaan wanneer ze uitgeslapen zijn, reizen, wandelen, fietsen, lezen, studeren, genieten en vooral niet meer ‘moeten’: vrij zijn! Maar dromen blijven vaak steken in de gebondenheid aan gewoontes uit het verleden, in de moeilijkheid om een nieuwe invulling te geven aan een nieuwe levensperiode, in het levenslange verantwoordelijkheids- en plichtsgevoel ten opzichte van kinderen en anderen, in het zwarte gat dat onvermijdelijk komt op het einde van de ‘werkperiode’ waarin het moeilijk is om een nieuwe levensinvulling en –instelling te vinden. Ik hoor vooral opa’s zeggen dat ze veel aandacht aan hun kleinkinderen willen geven omdat ze zo weinig tijd aan hun eigen kinderen hebben besteed omdat ze alsmaar met hun werk bezig waren en ze vergeten dat ze die tijd niet kunnen overdoen en niet goed maken. Ik zie dat veel oma’s begrijpelijkerwijs in hun verzorgende taak blijven steken omdat ze tijdens hun leven vaak geen eigen bezigheden hebben ontwikkeld en de nieuwe tijd maar blijven invullen met wat ze altijd gedaan hebben: zorgen.

En wat is de rol van de kinderen hierin, de kinderen van de jarenzestigouders en babyboomers? Kinderen die een kinderwens hebben vragen regelmatig al voordat ze al in verwachting zijn van een kind aan hun ouders of ze, als het kind is geboren, een of twee dagen per week willen oppassen. Maar weten ze wat de dromen van hun ouders zijn én vertellen ouders wat hun dromen zijn, kunnen ze tegen hun kinderen zeggen dat hun taak is volbracht, dat de kinderen de verantwoordelijkheid voor hun leven nu zelf moeten nemen, dat ze het altijd om raad of ondersteuning kunnen vragen, maar dat zij nu graag invulling willen geven aan hun nieuwe leven, aan hun laatste levensfase met al zijn nieuwe gaven en opgaven?

Wij ouderen stappen na ons pensioen een nieuwe en onbekende levensfase binnen met doorgaans de wens voor geen verplichtingen meer voor werk en kinderen. Dat voelt vaak in eerste instantie als vrij, maar na een poosje missen we vaak de structuur van bijvoorbeeld het werk of gezin. Datgene wat ons leven zin gaf, hoe bindend soms ook, is weggevallen en we weten niet ‘Wat nu?’.  ‘Het zwarte gat’ is vaak de nieuwe realiteit. Als we verder willen groeien, moeten we op zoek naar een nieuwe en een persoonlijke invulling van ons leven en niet blijven hangen in het oude vertrouwde maar de moed hebben om nog aan iets nieuws te beginnen. Loslaten van het vertrouwde oude is een belangrijke opgave in deze fase. De centrale vragen in deze periode zijn: Wat willen en kunnen we nog in dit laatste stuk van ons leven?! Welke dromen en kwaliteiten zijn er nog die we nog niet kenden of vergeten waren en die we kunnen en mogen vormgegeven in een nieuwe, zinvolle en persoonlijke invulling van ons leven. Het is wenselijk om afstand te leren nemen van onze plichtgevoelens ten opzichte van onze kinderen en ons bewust te worden van het feit dat ze hun eigen weg moeten gaan, zelf de dingen moet ervaren en dat zorg en waarschuwingen doorgaans niet veel nut hebben, wel luisteren en het uitwisselen van ervaringen en meningen: afstand nemen zonder minder betrokkenheid. Laten we ons bewust worden van onze diepe drang naar vrijheid die we uitten in onze ‘pensioendromen’ en proberen alles wat ‘moeten’ in ons oproept kritisch te bekijken en ‘vampiers en krakers’ die ons leegzuigen en meer ruimte innemen dan goed voor ons is, uit ons leven te bannen. Laten we, net als alle vrouwen en mannen, rassen en lhtb’ers, emanciperen: dat doen wat in deze levensfase bij ons past als unieke personen in ons persoonlijke proces van groei naar bewuste, vrije en betrokken mensen.

 

Oktober 2019

© Harrie Bielders