Emancipatie

Harrie Bielders

Boeken, verhalen, gedachten .......

Emancipatie


Het woord emancipatie is afgeleid van het Latijnse woord emancipare, ë manus capere: uit hand(en) nemen, dat betrekking had op het feit dat in het Romeinse rijk vaders levenslang zeggenschap hadden over hun kinderen en dat, als de kinderen bijvoorbeeld in dienst van een leermeester gingen of een politieke functie kregen, ze deze zeggenschap uit handen moesten geven, deze uit hun handen werd genomen. Het was een rechtshandeling waardoor de vaderlijke macht over zijn kinderen verviel. Bij ons gebeurt dit heden ten dage doorgaans op 18 jarige leeftijd, als we ‘volwassen’, handelingsbekwaam worden.

In onze tijd kan het begrip emancipatie worden gedefinieerd als het proces van vrijkomen uit een afhankelijke of achtergestelde positie. Emancipatie heeft dus alles te maken met vrij worden, met het nemen, bevechten van onze vrijheid, met het onafhankelijk worden of ons niet meer afhankelijk gaan voelen van ‘iets’ dat een bepaalde macht over ons heeft. En dat ‘iets’ kan niet alleen veelsoortig zijn, maar ook voor iedereen verschillend. Het kan een bepaalde persoon zijn, een bepaalde groep, geschreven of ongeschreven normen en waarden, gewoontes, ‘dat wat hoort’, religieuze voorschriften en zienswijze, politieke opvattingen, wetten die als niet zinvol of vrijheidontnemend worden ervaren, handelswijzen, manieren van bejegenen, etc.

Een van de eerste in het oog springende momenten van ons emancipatieproces is het moment waarop we als kleuter zeggen: ‘Ikke zelf doen!’ gevolgd door een reeks momenten die alles te maken heeft met onze groei naar volwassenheid, het zelfbekwaam worden, naar het moment waarop we ons leven zelf in onze handen kunnen nemen en we los komen van de zeggenschap en verantwoordelijkheid van onze ouders. De pubertijd is een ultiem voorbeeld van onze persoonlijke emancipatiestrijd. Alle strijdelementen van het algemene emancipatieproces zijn er in aanwezig, zoals serieus genomen willen worden, respect vragen of afdwingen voor onze eigenheid, inspraak en zeggenschap vragen over zaken die met ons leven te maken hebben, staan voor het mogen hebben van onze eigen ideeën, dromen en opvattingen en het zelf mogen bepalen wat we met ons leven doen.

Elk emancipatieproces is een onlosmakelijk onderdeel van datgene wat onze diepste en vaak niet bewuste levensdoelen zijn: onze innerlijke hang naar bewustzijn, naar vrijheid en naar verbondenheid.

Ons bewust worden van wie we zijn, wat ons beweegt, wat onze dromen zijn, wat onze sterke en zwakke kanten is een voorwaarde om vrij te zijn, om te kunnen handelen vanuit onszelf en niet vanuit datgene wat de omgeving van ons vraagt, om zo diegene te worden die we diep in onszelf willen zijn. Een tulp wil een tulp worden en geen boom.

Vrij zijn op haar beurt is een voorwaarde om echt oprecht betrokken te kunnen zijn op onze omgeving. Dat wil zeggen dat we pas echt bij anderen betrokken kunnen zijn als we kunnen zijn wie we zijn en anderen niet nodig hebben als een soort zelfbevrediging, als een middel om onszelf waardevol te vinden, om van ons zelf te kunnen houden. Dat is immers geen echte betrokkenheid, maar afhankelijkheid.

Vrijheid is een centraal thema in ons menselijk wordingsproces, van onze groei en ontwikkeling en dus ook een centraal thema van het emancipatieproces dat al begint in onze kleutertijd en zich door de verschillende levensfasen voortzet. Op de basis- en middelbare school worden we geconfronteerd met andere kinderen die ons laten ervaren dat we verschillen van elkaar, dat dat oordelen oproept over elkaar, hetgeen een rol speelt in het langzaam bewust worden van onze fysieke en psychische eigenheid, van wie we zijn als specifieke persoon. Daarna komen we in ons werkzame leven en in de fase daarna in onze verbinding met de maatschappelijke omgeving mensen en culturen tegen die van alles van ons vragen en oordelen en meningen hebben over ons en de wereld waaraan we onze eigen meningen over onszelf en de wereld kunnen scherpen en we die tot onze eigen persoonlijke meningen en persoonlijk handelen kunnen laten uitgroeien, waardoor we een echte persoonlijkheid kunnen worden.

We zijn vrij als we kunnen worden die we diep in onszelf willen zijn, en daarin spelen allerlei emancipatieprocessen een cruciale rol. En die zijn niet alleen veelsoortige maar doorgaans ook zeer moeilijk. We noemen en ervaren een emancipatieproces niet voor niets vaak als een emancipatiestrijd. We moeten doorgaans vechten voor onze eigenheid, om diegene te worden of te zijn die we willen zijn en om als zodanig erkend en gewaardeerd te worden vanuit die andere basisbehoefte: verbondenheid. Echte eenheid, verbondenheid bestaat in het respect hebben voor ieders, elkaars verscheidenheid.

Ik hoor vaak de uitspraak dat we gelijk zijn. Nee, we zijn niet gelijk, gelukkig maar. Juist doordat we niet gelijk zijn, kan er diversiteit, eigenheid ontstaan en kunnen we elkaar spiegelen en inspireren. Mannen en vrouwen zijn niet gelijk, noch in fysiek, noch in psychisch opzicht, rassen zijn niet gelijk, de culturen van landen zijn niet gelijk, de culturen van streken zijn niet gelijk en mensen zijn niet gelijk, dat zou maar een saaie boel worden. Maar mannen en vrouwen, alle rassen en culturen hebben wel dezelfde rechten, namelijk om zich op hun eigen manier uit te drukken en zich te ontwikkelen binnen de grenzen van het respect hebben voor elkaar.

 

In het vuur van de emancipatiestrijd wordt vaak vergeten dat er vaak geen echt bewuste ‘onderdrukkers’ zijn. Iedereen maakt onderdeel uit van het onderdrukkende systeem waaraan we ons door de emancipatiestrijd aan willen ontworstelen. Mijn vader regeerde op een enigszins tirannieke manier over ons gezin en daar kwam ik rond mijn 20ste tegen in opstand. Hetzelfde gebeurde in de jaren 60 tegen de macht van de Katholieke kerk, de politiek en besturen van bedrijven en organisaties.

En zowel mijn vader als de genoemde instituties wisten in eerste instantie niet wat hen overkwam, ze wilden toch zogenaamd het beste voor ons. Daarom lukt emancipatie pas echt als beide partijen emanciperen, als beide partijen zich bewust worden van hun manier van denken en handelen, als ze bereid zijn daar kritisch naar te kijken en bereid zijn nieuwe wegen in te slaan. Mijn vader voelde zich door mijn verzet gekrenkt en heeft 25 jaar lang geen woord tegen me gezegd. Het bleef een situatie van strijd die pas eindigde in de laatste jaren van zijn leven toen ik begon te beseffen dat zijn handelen niet altijd voortkwam uit een bewuste keuze maar uit de normen en waarden van een cultuur waarin hij was opgegroeid. Hij wist niet beter. Zijn denken en handelen werd onbewust in grote mate bepaald door de normen en waarden van de omgeving waarin hij opgroeide en leefde.

Suzan Smit schreef onlangs:

‘ In de eeuwen dat de vrouwelijke energie werd onderdrukt, werd de mannelijke energie net zo goed verminkt. Het is belangrijk te beseffen dat het patriarchaat voor beide seksen schadelijk beperkend is geweest. De tijd is, als je het mij vraagt, gekomen om niet langer te wijzen naar de andere sekste als dader, maar om samen de weg terug te vinden naar wat hogere vrouwelijke energie en hogere mannelijke energie nu eigenlijk inhoudt. De tijd is rijp om de wikkels af te leggen waarmee traditie, cultuur en opvoeding beide sekse afknelt. Dat vereist een bereidheid om slachtofferschap achter te laten, inspanning om in jezelf te zoeken naar wat je hebt verwaarloosd en wat opnieuw geboren mag worden. Het vereist onderscheidingsvermogen tussen wat je dacht dat waar, gezond, normaal was en wat je diepste innerlijk zegt. En het vereist moed om ernaar te leven, ongeacht de oordelen van anderen.’ (Happinez 3-2019, pag. 84.)

 

Als we kritisch naar ons eigen gedrag durven te kijken, zien we wellicht dat we ons gedrag en handelen vaak en misschien wel voortdurend ongewild laten bepalen door onze omgeving, door haar opvattingen, verwachtingen rituelen, gedrag, smaak en andere zaken om erbij te willen horen, om ‘in te zijn’ en vinden we het moeilijk om onze eigen koers te varen. Wie is dan degene die onze eigen weg blokkeert, de anderen of wijzelf? Een emancipatieproces begint dan ook met het ons bewust worden van wat WIJ willen en dat tegen elke stroom in proberen te realiseren. Niet gemakkelijk, maar wel de enige weg naar echt geluk. Rita Mae Brown zei eens:

‘De beloning van conformisme is dat iedereen je leuk vindt, behalve jij’.

En Heleen Reijnierse schreef in Happinez 3-2019:

‘Aan een boom groeien de takken alle kanten op. Zo leef ik mijn leven ook. Maar ons wordt geleerd om volgens bedachte lijnen te leven: een boom en takken moeten precies zus en zo groeien. Op die manier haal je de pure levensenergie eruit’.

 

Emancipatie is doorgaans strijden en strijden vereist dat we in onze kracht gaan staan en die dingen doen die de situatie die we als onjuist ervaren verandert, verbetert, dat we niet in de slachtofferrol gaan zitten maar datgene wat tegenzit aanpakken. Volgens hoogleraar psychiatrie en psychotherapie Frank Koerselman is de moderne mens echter verleerd om op een gezonde manier om te gaan met tegenslag terwijl de enige voorspelling voor geluk of ongeluk het vermogen is om om te gaan met tegenslag. Degene die het beste kan omgaan met tegenspoed, heeft de meeste kans op voorspoed. De bioloog Charles Darwin zei:

’Het is niet het sterkste soort die overleeft, het is ook niet de intelligentste die overleeft. Het is die ene die het beste tegen verandering kan’.

 

Racisme, genderrechtongelijkheid, leeftijdsdiscriminatie en alle andere vormen van achterstelling, bevoogding, onderdrukking, uitbuiting of machtsmisbruik vragen om emancipatie van alle betrokkenen, van zowel degenen die het slachtoffer ervan zijn als degenen die de belemmeringen voor de persoonlijke groei en ontwikkelen veroorzaken.

‘Ikke zelf doen’ is vaak het eerste kleine stapje in ieders voortdurende emancipatieproces dat in elke levensfase en elke situatie voortdurend keuzes vraagt voor onze eigen groei en ontwikkeling, vaak tegen de stroom in van wat anderen vinden. En ‘anderen’ vinden van alles, doorgaans gericht op hun eigen belang. Kijk maar naar de stroom van reclames, blogs en naar de afwijzing als we ons niet conformeren aan de groep, aan wat ‘in is’, aan wat hoort. Wij willen allemaal ergens bij horen, bevestigd worden en daardoor gijzelen we elkaar vaak door ons voortdurend aan elkaar aan te passen. En bedrijven doen alsof ze ons met hun producten en diensten een bijdrage willen leveren aan ons welzijn, terwijl ze in feite alleen aan ons willen verdienen. Ze scheppen via zeer geraffineerde reclames onrealistische droomwerelden vol blije, lachende en vrolijke mensen die de suggestie wekken dat we gelukkig zijn als we doen zoals zij, als we dat hebben wat zij hebben. Ook dat vraagt om emancipatie: ons bewust worden van wat ONZE dromen zijn, hoe WIJ willen leven , willen bloeien als dat wat we in ons diepste wezen zijn. Alleen het gevoel, het ervaren dat we dat doen wat we echt willen, dat we echt het gevoel hebben dat we groeien en ons ontwikkelen in onze eigen richting en daarin onze eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen, maakt ons gelukkig. De rest is bijzaak.

 

Valkenburg april 2019

© Harrie Bielders