Ik vertrok

Harrie Bielders

Boeken, verhalen, gedachten .......

Ik vertrok.


Je kunt pas echt zien wat er op een bepaald moment of in een bepaalde periode van je leven is gebeurd als je er zowel letterlijk als figuurlijk afstand van hebt kunnen nemen zoals je na verdwaald te zijn pas kunt zien welke afslagen je verkeerd hebt genomen, welke omwegen je hebt gemaakt en hoe je de weg naar huis weer hebt gevonden als je weer thuis bent gekomen en de verdwaaltocht nog eens hebt geanalyseerd.

Vijf jaar geleden, om precies te zijn op 28 februari 2014, liet ik me, na een aantal jaren in Frankrijk gewoond te hebben, weer inschrijven als inwoner van Nederland, ik remigreerde zoals dat officieel heet. In datzelfde jaar schreef ik het verhaal ‘Een terugblik op 15 jaren Frankrijk’. Nu, 5 jaar later, is door de afstand in ruimte en tijd ‘mijn verhaal’ over die periode in een aantal op-zichten veranderd.

Doordat ik er op een afstand naar heb kunnen kijken, heeft zich mijn zicht op die periode verdiept en daardoor genuanceerd. Naast feiten heeft de beleving een belangrijke plaats gekregen en heeft de reflectie over die periode mijn zicht op mezelf en een aantal levenszaken verscherpt. Het is zoals in de tv-serie ‘Ik vertrek’ waar in een aantal afleveringen wordt teruggekeken op de situatie van de vertrekkers jaren later.

Ik keek doorgaans altijd, ook in Frankrijk, naar dit tv-programma omdat ik me herkende in de drang om op avontuur te gaan, weg te willen uit de vertrouwde omgeving omdat die in een aantal opzichten niet voldoet aan je dromen. Ook nu kijk ik naar dit programma, maar doe dat met een andere blik, met de blik van ‘achteraf’, van ‘Ik vertrok’.


Het meest fascinerend vind ik de gesprekken op het einde van het programma, als de doorgaans zeer stressvolle beginperiode voorbij is en mensen zich een beetje hebben gesetteld en zich thuis voelen in hun nieuwe situatie en voor de camera ‘de stand van zaken’ inspreken. Uiteraard hoor je dan doorgaans een positieve eindconclusie, dat het allemaal wel zeer stressvol was maar dat ze zich nu thuis voelen en dat ze blij zijn dat ze ondanks alle opstartproblemen de vertrekbeslissing hebben genomen. Dit alles ondanks de beelden die iedereen heeft gezien en die aantonen dat de toekomst er vaak financieel nog onzeker uitziet, dat de kinderen hun vriendjes wel erg missen en zijzelf hun familie. Ook de beelden van jaren later laten vaak zien dat de droom van een rustiger leven niet altijd is uitgekomen en dat hard werken in Nederland vaak plaats heeft gemaakt voor hard werken in een ander land en dat de warmte of de sneeuw die zo heerlijk waren in de vakanties nu ook hun schaduwkant laten zien.

Los van het feit dat ik vind dat een aantal ‘vertrekkers’ wel erg onvoorbereid vertrekken, vind ik het gewoon geweldig dat ze het gedaan hebben, dat ze hun dromen hebben gevolgd en uit de vertrouwde situatie zijn gestapt. Ik moet hierbij denken aan de tekst van Griet op de Beeck in haar boek ‘Gezien de feiten’:


‘Ge weet toch wat mensen als ze gaan sterven het meest betreuren? De dingen die ze onuitgesproken hebben gelaten, de keuzes die ze niet hebben gemaakt, de mooie kansen die ze zichzelf hebben ontzegd, de foute constructies die ze in stand hebben gehouden, meestal omdat ze bang waren en dat niet eens durfde te onderkennen’.


Dromen geven de energie die ons iedere keer weer verder brengt op de weg van onze groei en ontwikkeling. Wil je niet dat iets mislukt, wil je geen fouten maken, dan moet je niets doen, maar dan ook niet verwonderd, teleurgesteld of boos zijn dat je niet dat hebt gedaan wat je wilde doen. Het mooie van dromen is dat ze nog gevrijwaard zijn van de gewone obstakels van het leven. Als we verliefd zijn dromen we van de eeuwige liefde en een levenslange relatie terwijl de werkelijkheid is dat bijna de helft van de relaties na verloop van tijd vastloopt en wordt beëindigd. Als we dromen van een prachtige vakantie vergeten we al de vakanties die toch niet waren zoals we hadden gedroomd, als we solliciteren naar een nieuwe baan omdat we niet kunnen opschieten met onze huidige baas, houden we er geen rekening mee dat we daar misschien met een akelige collega te maken krijgen. Dromen zijn bedrog in die zin dat ze meestal nooit helemaal uitkomen. Nou en? Als ze ons maar een beetje verder helpen. Als ze ons maar leren om te leren, ervaring op te doen, te leren dat het leven veel ingewikkelder is dan we hebben gedacht, ons leren wat we wel kunnen en niet kunnen, ons leren om onze dromen realistischer te dromen, om onverwachte situaties beter aan te kunnen en om het dromen nooit te laten omdat we ervaren dat ze ons iedere keer weer iets verder brengen.

Natuurlijk houden we altijd mooie verhalen over de vakantie ook al was die niet wat we ervan verwacht hadden, over wat we doen en meegemaakt hebben. We willen doorgaans voor onszelf en anderen succesvol en geslaagd overkomen en mislukkingen vaak niet onder ogen zien. In de flow van onze dromen past optimisme, hoop om ze te bereiken, vaak tegen beter weten in. Het echt durven toegeven dat de situatie op je werk, in je relatie of vertreksituatie niet meer leefbaar is, houdt meteen de beslissing om eruit te stappen. Doorgaans durven we de ernst van de situatie niet te onderkennen omdat we bang zijn voor het ‘Wat dan?’. En dat is heel menselijk, even menselijk als dromen.


Terug naar de nieuwe blik op ‘15 jaar Frank-rijk’. Als ik ergens op vakantie was en het daar fijn vond, droomde ik, zoals zoveel mensen, om daar een vakantiehuis te hebben. Het onverklaarbare was dat dat alleen het geval was als ik in Frankrijk was. Vele landen heb ik bezocht en vele hoofdsteden verkend maar Frankrijk en Parijs blijven verreweg mijn favorieten. Ik heb iets met dat land wat ik niet goed onder woorden kan brengen, ook niet na er jaren gewoond te hebben. Hoewel mijn ouders vooral gericht waren op Duitsland vanwege het feit dat we er dichtbij woonden en de taal redelijk konden verstaan omdat die aansloot bij het Limburgse dialect, koos ik er toch voor om niet in het Nederlands sprekende deel van België te gaan studeren maar in het Franstalige deel. De taal trok me en doet ook nu nog iets bijzonders in me trillen. Daarom kijken we vaak naar TV5.

De eerste zelfstandige kampeervakantie ging in begin van de jaren zeventig als vanzelfsprekend naar Frankrijk, naar de Camarque en de Provence. En dat was de eerste in een lange reeks Frankrijkreizen die voortdurend het verlangen opriep om er te wonen.

Hetzelfde proces speelde zich af rond Parijs. Was Parijs tot de jaren tachtig vooral een obstakel in de route naar Midden- en Zuid-Frankrijk, begin jaren tachtig veroverde Parijs mijn hart tijdens de verkenningen die ik er deed samen met een collega architect en die leidden tot een Parijsverslaving. Ik moest er regelmatig naar toe en als ik dan in Gard du Nord aankwam en het station uitstapte was ik thuis. Zeker dertig keer ben ik er geweest waarvan twee keer een maand lang. Ook daar had ik zomaar een appartement willen kopen, maar dat lukte niet vanwege de hoge onroerendgoedprijzen. Nu ik ouder begin te worden voelt de stad in toenemende mate als te druk en is het reizen met de metro door de vele trappen en de strammer worden benen te vermoeiend. Maar Parijs zal altijd mijn lievelingsstad blijven en alleen al het horen van de naam doet iets in me oplichten. Stockholm, Hamburg, Berlijn, Istanbul, Florence, Barcelona en Londen blijven plaatsen die interessant waren maar die na een of twee keer hun aantrekkingkracht voor me verloren.


Het verlangen om in Frankrijk een huis te hebben leidde er toe dat we er in 1999 een half jaar proef gingen wonen, in een dorpje op het Bourgondische platteland, om te ervaren hoe het er niet alleen is in de zomerse vakantietijd maar ook in de herfst en winter. Daardoor kregen we een redelijk gedetailleerd beeld van wat we wilden met betrekking tot het huis, het landschap en de woonomgeving en kenden we een aantal problemen dat je kunt tegenkomen in de opstartfase. We keurden ongeveer 30 huizen af en hadden onze droom bijna opgegeven toen er plots een huis in ons blikveld kwam dat ons aansprak. Achteraf bezien was ik vergeten of er overheen gestapt dat ik me had gezworen nooit meer een oud huis te kopen vanwege mijn ervaringen dat zo’n huis jarenlang opknapwerkzaamheden vraagt en dacht ik er jaren later niet meer aan dat ik in mijn dagboek van de proefwoonperiode had geschreven dat het wonen op het platteland in de late herfst en winter wel erg stil, somber en donker was en dat het me daarom geen goed idee leek om er permanent te gaan wonen.

Zoals in ‘Ik vertrek’ waren er ondanks een redelijk voorbereiding de gebruikelijke opstartproblemen. De twee Parijse dames van wie we het huis kochten hadden ruzie over de onderlinge verdeling van de verkoopsom waardoor we een half jaar moesten wachten alvorens het definitieve koopcontract getekend kon worden en we daardoor niet in de zomer over het huis konden beschikken maar pas in de herfst waardoor het nog niet functioneren van de verwarming zeer vervelend was, evenals het feit dat de elektriciteit- en watermeter waren verwijderd en er dus geen water en licht was. Maar net zoals zoveel moedige vertrekkers losten we deze problemen op en kwamen we in de fase waarin we het huis onderdeel werd van ons gewone leven: het vakantiehuis waar we elke vakantie naartoe gingen, dat we stapsgewijs opknapte en waar familie en vrienden welkom waren.

Wat dit laatste betreft realiseerde ik me onlangs, bij het zien van de zoveelste familie die na hun vertrek een bed&breakfast/chambres d'hôtes ging beginnen, dat ik gedurende al die jaren niet alleen een huis in Frankrijk had maar eigenlijk ook een chambre d'hôtes en een table d’hôtes. Toen we het huis kochten voelde dat als een soort cadeautje en vonden we dat ook familie, vrienden en kennissen daarvan mochten profiteren. Dat leidde ertoe dat we vaak dertig tot veertig mensen per jaar ontvingen en ervoor zorgden dat ze een aantal leuke vakantiedagen hadden. We hadden daarbij het bekende droombeeld van een lange gedekte tafel met veel mensen en heerlijke gerechten. Als ik nu de Frankrijkfoto’s terugkijk, komt dat beeld dan ook regelmatig terug en zie ik hoe een plastic tafel en stoelen onder de bekende witte overkapping op den duur plaatsmaakten voor een grote vlonder met een lange stoere houten tafel en design tuinstoelen onder een houten overkapping van 4x4 meter, inclusief verlichting, planten en barbecue. Mooie herinneringen maar met de aantekening dat ik vaak besefte dat, als ik na de zomervakantie terugreed naar Nederland om weer te gaan werken, velen een mooie vakantie hadden gehad maar dat ik alleen maar had gezorgd.

We hebben allemaal de romantische beelden in ons hoofd van leven als een God in Frankrijk, met veel zon, lekker eten en wijn, luieren en mooie steden, stadjes, marktjes en landschappen bezoeken, beelden die in de winter weer doorlopend op de televisie verschijnen om ons te lokken om op vakantie te gaan waardoor we de somberheid van de winter even kunnen vergeten en ons ergens op kunnen verheugen. En dat verheugen is een belangrijk onderdeel van onze dromen, het geeft uitzicht en trekt ons vooruit. Het verheugen op een vakantie of uitje schenkt vaak meer voldoening dan de vakantie of het uitje zelf. Ook dat is vaak de gewone werkelijkheid, zoals ook de werkelijkheid van ‘het wonen als een god in Frankrijk’ op de duur gewoon wordt. Een tijdje geleden schreef ik hierover het volgende:


‘Als we op vakantie zijn, ervaren we ‘het andere’ als verfrissend, zoals de dorpen, ook al zien ze er vervallen uit, het landschap, ook al is het verschroeid door de zon, het vakantiehuis, ook al is het sober, het eten, ook al zijn de randen van de pizza verbrand, de omgeving, ook al zijn de afstanden tot voorzieningen groot. We zouden er zomaar willen wonen, maar vergeten vaak dat op een gegeven moment het verfrissende verandert in gewoon. We hebben de omgeving uitgeplozen, vinden dat de mensen hun huizen wel wat beter zouden mogen onderhouden, vinden het klimaat toch wel erg warm, vinden de winkels erg ver, de stilte en de rust beklemmend en de pizza even gewoon als zuurvlees’.


Enerzijds overschatten we vaak het belang van de omgeving en anderzijds onderschatten we ze. De omgeving maakt ons niet gelukkig, maar datgene wat ons bezighoudt, wat we ervaren en voelen en of we datgene wat we doen zinvol vinden. Maar de omgeving is ook het decor waarin het dagelijkse leven zich afspeelt en als we ons in dat decor thuis voelen, voelt dat als een cocon, zoals dat hopelijk het geval is met het huis en de omgeving waarin we wonen. En bij elk toneelstuk hoort een ander decor en zo is dat ook bij de verschillende situaties in ons leven. Het hebben van een vakantiehuis op het idyllische platteland is iets anders dan op platteland wonen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de leegloop van het platteland. En verder is er een duidelijk verschil om er te wonen in de zomer of de winter.


Voor mij was het huis in Frankrijk jarenlang een oase van rust waarin ik me kon terugtrekken uit mijn drukke bestaan en een vakantie waarvoor ik niets hoefde te regelen, niet onzeker hoefde te zijn over of de plek, het huis, het hotel en de omgeving wel leuk zouden zijn. De meeste huizen van het dorp waar ik woonde waren dan ook tweede huizen van vooral Parijzenaars die de drukte af en toe wilden ontvluchten. Met als gevolg dat buiten de vakantieperiodes het dorp leegliep, de meeste luiken gesloten waren en er weinig te beleven viel, de ervaring die ik voor het eerst opdeed in de proefwoonperiode. En toch emigreerde ik na ongeveer tien jaar, zegde de huur van het appartement in Nederland op en immigreerde naar Frankrijk omdat wonen in Frankrijk fijner voelde dan wonen in Nederland en wonen op twee plaatsen iets onrustigs had omdat je eigenlijk niet ergens echt woonde, gegrond was en altijd heen en weer geslingerd werd tussen twee culturen met hun specifieke gewoontes, regels, omgangsvormen, talen en sferen. Langzaam was ik een beetje verfranst, hield van de rust en traagheid van het leven, van de marktjes op zaterdag, de eetcultuur en -sfeer, de uitgestrektheid en de verscheidenheid van de landschappen, de heldere sterrenhemels, het echt ervaren van de jaargetijden, de ‘joie de vivre’ en de enigszins formele omgangssfeer, de afstandelijkheid en het respect voor privacy die je vrij laten om zelf te bepalen wat je over jezelf kwijt wilt, welke contacten je legt en die geen sociale druk opleggen. In een restaurant kun je aan de bekende kleine Franse tafeltjes schouder aan schouder zitten met andere gasten, zonder dat van je wordt verwacht dat je een gesprek aangaat. En dan de taal, zacht melodieus klinkend, niet dat scherpe van het Nederlands of Engels dat je meteen in een restaurant of supermarkt erop attent maakt dat er Nederlanders of Engelssprekenden aanwezig zijn. Mevrouw Joritsma zei eens dat ze Frankrijk een prachtig land vond, maar dat het jammer was dat er Fransen woonden. Deze uitspraak zegt veel over de enigszins arrogante houding van veel Nederlanders die onder andere vaak moeite hebben met het anders zijn van anderen. Na jaren Frankrijk te hebben bezocht, mopperen velen nog steeds over het feit dat veel Fransen alleen maar Frans spreken, dat winkels rond twaalf uur ’s middags een tijdje dicht zijn en dat je na twee uur ’s middags in een gewoon restaurant niet meer kunt eten en ’s avonds pas na ongeveer half acht. Ik vraag me af of ze ook zien, bewonderen en ervan leren dat voordringen uit den boze is en dat iedere klant, als hij aan de beurt is, keurig en zonder haast wordt geholpen en andere klanten gewoon rustig en ontspannen op hun beurt wachten, dat kinderen in een restaurant rustig aan tafel zitten en niet rondrennen of lawaai maken en dat schoolkinderen keurig en zonder geschreeuw in groepjes van twee en hand in hand rustig over straat lopen. Anders dan mevrouw Joristma heb ik vaak gedacht en ook uitgesproken dat het heerlijke van Frankrijk is dat er Fransen wonen en dat het jammer is dat er zoveel Nederlanders zijn.


Eenmaal geïmmigreerd en alle daarbij behorende formaliteiten te hebben doorlopen, kwam er echt rust in mijn leven en had ik het gevoel er altijd te willen blijven wonen. Langzaam werd het leven in Frankrijk iets dat voelde als gewoon. Ik hield van het alledaagse en wekelijkse ritme die structuur en rust gaven en me meevoerden op de ritmes van het leven, de uren, dagen, weken, maanden, jaren, jaargetijden, dag en nacht, licht en donker, zonnig en somber, warm en koud, kleurrijk en kleurloos. Er kwam ruimte voor mezelf, voor wat ik wilde naast de noodzakelijke dagelijkse bezigheden. In tijden van geen bezoek en huis- en tuinwerkzaamheden ging ik studeren, lezen en schrijven en ontdekte dat dat zeer belangrijke zingevingbezigheden waren. Ik had de tijd om alles wat ik had ontdekt over het leven eens rustig op een rijtje te zetten, om het leven als het ware te verteren.

Door de emigratie en definitieve vestiging in Frankrijk nam ik niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk afstand van Nederland en richtte ik mijn aandacht op het leven in Frankrijk, op het land en de streek waar ik woonde, waar mijn leven zich afspeelde. De verfransing zette zich verder door.

In de rust van die periode ontdekte ik niet alleen wat ik nog wilde met mijn leven, maar werd ik ook geconfronteerd met mezelf en de relatie die ik had met mijn partner. Vluchten kon niet meer.

Vaak gebruiken we vakanties of even weg gaan als vlucht voor het leven dat we leiden en denken, hopen dat daardoor de alledaagse situatie zal verbeteren of dat we die beter aankunnen. Maar vaak doorbreekt het wel even de sleur, maar lost het de echte problemen niet op. Juist in vakanties wordt het vaak duidelijk dat we in een doodlopende straat zijn beland omdat we in vakanties bloot tegenover onszelf komen te staan en niet meer kunnen vluchten in ons werk of andere zaken. Als vakanties niet echt uitzicht geven op vernieuwing, verbetering wordt daarna de confrontatie met de werkelijkheid alleen maar groter en moeilijker ontloopbaar. En die werkelijkheid kan de werksituatie betreffen, de relatie met de omgeving, maar ook de relatie met je partner. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het aantal echtscheiding stijgt na vakantieperiodes of na de feestdagen op het einde van het jaar.

Voordat we emigreerden was het regelmatig op en neer reizen naar Nederland soms ook het even wegvluchten uit een onbevredigende situatie. Door de immigratie gebeurde dat automatisch minder en werd ik met de neus op de feiten gedrukt. Ik kon niet meer ontkennen dat ik in de relatie met mijn toenmalige partner niet meer gelukkig was. Na een aantal mislukte verbeterpogingen besloot ik afscheid van haar te nemen waardoor onze levens enerzijds volledig op zijn kop kwamen te staan, maar anderzijds eenieder ook de mogelijkheid kreeg om zijn leven op een nieuwe en betere manier vorm te geven. In die periode moest ik ook beslissen of ik in Frankrijk wilde blijven wonen.


Nu woon ik al weer vijf jaar in Nederland. Ik weet niet of ik zonder de breuk nog in Frankrijk zou wonen. Wel weet ik dat het goed is dat ik er ben weggegaan. Ik zou er fysiek gezien niet meer kunnen wonen. Het onderhoud van het oude huis en de redelijk grote tuin zou door het afnemen van mijn krachten teveel inspanning vragen en ook teveel tijd omdat ik tijd wil hebben voor andere, nieuwe dingen, voor bezigheden die in deze levensfase meer bij me passen, zoals lezen, zoeken en schrijven en gewoon wandelen, genieten, leven zonder moeten. Ook zouden de verre afstanden tot de dagelijkse voorzieningen en cultuur waarschijnlijk zijn gaan wringen en wellicht ook het ontbreken van de ademing, de afwisseling van rust, stilte en levendigheid.

Het onverwachte gevolg van het vertrek uit Frankrijn was de ervaring van écht thuis te zijn, thuis te komen. Niet dat ik me in Frankrijk niet thuis voelde, maar nu voel ik het heel diep zonder het waarom ervan goed te kunnen verklaren. Is het de oerverbinding met mijn geboortegrond, is het dat de kern van Valkenburg, waar ik nu woon, grenst aan de dorpen Schin op Geul en Houthem waar respectievelijk mijn moeder en mijn vader geboren zijn en opgegroeid, is het de cultuur, de taal, het landschap, het decor van mijn jeugd, herken ik dit alles omdat ik hier een tijd ben weggeweest en kan ik het daarom weer echt voelen en speelt wellicht het gegeven een rol dat je jaren met veel plezier in Frankrijk kunt wonen, maar dat je nooit echt een Fransman kunt worden en je je daar dus nooit écht thuis kunt voelen? Hoe onverklaarbaar ook, ik ben thuis gekomen, thuis bij mezelf, thuis bij mijn nieuwe lief en thuis in mijn geboortestreek en moederstaal. Ik stelde me onlangs de vraag of ik me Europeaan, Nederlander, Fransman of Limburger voelde. Na enig nadenken was mijn duidelijk antwoord dat ik me op de eerste plaats Limburger voel, op de tweede plaats Fransman, op de derde plaats Europeaan en op de vierde plaats Nederlander.


Ik nam vele dierbare gewoontes mee uit Frankrijk, zoals bijvoorbeeld het gebruik van de hoofdmaaltijd tussen twaalf en twee uur ’s middags, met ‘une demie pichet rouge ou rosé’, niet onder de indruk van alle discussies over welke hoeveelheid wijn gezond is of niet, en verder de Franse recepten van ‘coq au vin’, ‘boeuf bourguignon’ en ‘quiche’ en minsten twee maal per week vis, het  middagdutje, het onthaasten en de vele onuitwisbare herinneringen die me zo dierbaar zijn omdat het leven in Frankrijk mijn leven in vele opzichten heeft verrijkt.


Weggaan uit het bekende, een stukje van de wereld ontdekken, het durven afstand nemen van het vertrouwde, heeft me een bredere kijk gegeven op de wereld, op mensen en op mezelf, en me laten ervaren waar ik echt thuis ben. Het voordeel van vertrekken is dat je weer thuis kunt komen en weer echt kunt voelen wat het betekent om thuis te zijn, de cocon van waaruit je je in de wereld beweegt. En als dat thuis niet meer voelt als een comfortabele en veilige cocon, is het goed om te vertrekken.


©Harrie Bielders

Valkenburg, februari 2019