Over democratie

Over onze democratie.

 

Democratie is een door mensen bedachte constructie van instituties, regels, wetten en procedures met als doel om alle mensen die deel uitmaken van een staat of organisatie via vertegenwoordigers of directe besluitvorming de gelegenheid te bieden direct of indirect invloed uit de oefenen op het bestuur van de betreffende staat of organisatie, vanuit de opvatting dat mensen gelijk en vrij zijn en dat dit moet worden gewaarborgd door regels, wetten en instituties die ervoor te zorgen dat niemand zijn macht kan misbruiken om mensen te onderdrukken.

Dit houdt in dat vrijheid en gelijkheid de basis vormen van deze bestuursvorm en dat, wil deze staatsvorm goed functioneren, iedereen zich aan de regels en procedures moet houden die gezamenlijk zijn opgesteld om de vrijheid en gelijkheid van iedereen te waarborgen.

 

Maar wat is vrijheid en gelijkheid?

 Vrijheid betekent de mogelijkheid om je eigen keuzes te maken, te spreken en te handelen zonder onnodige belemmeringen.

Gelijkheid betekent dat iedereen in een vergelijkbare situatie gelijk behandeld moet worden, zonder discriminatie op grond van bijvoorbeeld ras, geslacht, geloof of handicap.

 

Om te voorkomen dat iemands handelen de vrijheid of gelijkheid van anderen belemmert of schaadt, zijn er regels en wetten opgesteld die moeten tegengaan dat dat gebeurt en wel door dit handelen te verbieden en strafbaar te stellen.

Persoonlijke vrijheid mag niet alleen ten kosten gaan van de vrijheid of gelijkheid van anderen maar ook niet ten koste van het algemeen belang. Waarbij ‘het algemeen belang’ gedefinieerd kan worden als datgene wat nuttig, gewenst of nodig is voor het welzijn van de bevolking of organisatie als geheel. De noodzakelijke zorg voor het algemeen belang werd tijdens de Franse Revolutie geformuleerd in de term broederschap, wat inhoudt dat mensen zich verbonden voelen en in die verbondenheid rekening houden met elkaar en elkaars belangen.

En juist dit is de grote uitdaging van het functioneren van de democratie, namelijk het evenwicht vinden tussen het dienen, waarborgen van het persoonlijke en het algemene belang.

 

De tegenstellingen tussen persoonlijke en algemeen belang leiden voortdurend tot conflicten. Daarom is het noodzakelijk om persoonlijke vrijheden in denken en handelen te kunnen beperken ten behoeve van het algemeen belang en mensen de mogelijkheid te geven om te protesteren tegen maatregelen die genomen worden op basis van het algemeen belang maar die ze ervaren als een aantasting van hun persoonlijke belangen.

Hiervoor is het nodig om op basis van voorkomende conflicten regels en wetten te formuleren die zowel het private als het algemeen belang waarborgen en waarop conflictensituaties kunnen worden beoordeeld. Daarom hebben we bijvoorbeeld verkeersregels en omgangsvormen die binnen de democratie zijn vastgelegd in wetten en strafmaatregels als we ons niet aan deze wetten houden.  

Concluderend, de basis van de democratie wordt gevormd door de waarden vrijheid, gelijkheid en broederschap.

 

Voor zover de theorie voor een goed functionerende democratie, vormgegeven in een structuur van instituties, procedures, regels en wetten. Zoals uit de hoofdstukken in dit boekje blijkt, is de praktijk weerbarstig en staan de bovengenoemde waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap voortdurend onder druk en dus ook de democratie. En dit heeft niets te maken met de juistheid of onjuistheid van de democratie op zich, maar met het onjuist handelen van mensen, zoals duidelijk blijkt uit de analyse van het reilen en zeilen van de Griekse democratie.

Het functioneren van de democratie vereist deugden zoals ook die meer dan 2000 jaar geleden zijn geformuleerd in Athene en wel door de filosoof Aristoteles (384-322 v.Chr.):

 

1. Verstandigheid (phronēsis):Het vermogen om de juiste keuze te maken in een specifieke situatie op basis van wijsheid bedachtzaamheid en praktisch inzicht. 

2. Rechtvaardigheid (dikaiosynē): 

    a. Eerlijk en billijk handelen, waarbij gelijke gevallen gelijk en ongelijke gevallen ongelijk behandeld

        moeten worden.

    b. Handelen volgens het recht ofwel de wetten die zowel het private als het algemene belang beschermen.

    c. Dat iedereen krijgt waar hij recht op heeft op basis van zijn inspanningen en rechten.

3. Moed (andreia): De bereidheid om vast te houden aan doelen en voornemens en de confrontatie met lichamelijke pijn, levensbedreiging, onzekerheid, angst, tegenslagen, tegenwerking en intimidatie aan te gaan en te doorstaan: lichamelijke en morele moed.

4. Matigheid (sōphrosynē):Het vermogen om jezelf te beheersen en niet toe te geven aan extreme impulsen, ook als je iets ‘leuk’ vindt.

     

    Volgens Aristoteles ontstaat een deugd door het vinden van een 'gulden middenweg' tussen twee ondeugden. Zo is moed de deugd tussen lafheid (te weinig moed) en overmoed (te veel moed) en is vrijgevigheid het midden tussen gierigheid en verkwisting.

    De Griekse filosoof Protagoras (490-420 v.Chr.) was van mening dat positieve staatsvormen worden gekenmerkt door een besef van verantwoordelijkheid van de machthebber of machthebbers en door een dringend gevoeld streven om het algemeen belang te dienen, terwijl de ontspoorde staatsvormen ontstaan als het eigenbelang het algemeen belang verdringt en de machthebber of machtshebbers menen vanuit hun machtspositie allerlei rechten te hebben in plaats van plichten.

     

    De oorzaak van het stellen van eigenbelang boven het algemeen belang ligt in de manier van denken en handelen van de machthebber of machthebbers, in hun slechte karaktereigenschappen, gewoontes en handelingen die niet deugen en die we daarom ondeugden noemen.

    Uit de analyse van de ondergang van de Griekse democratie blijken vooral de volgende ondeugden een grote rol te hebben gespeeld, eigenschappen die ook het handelen van veel machthebbers in onze huidige tijd kenmerken:

     

    • Machtswellust: Een ziekelijke of excessieve drang naar macht, waarbij iemand geniet van het overheersen van anderen en het creëren van afhankelijkheid.
    • Egoïsme: Een eigenschap waarbij iemand streeft naar eigen voordeel en geluk met verwaarlozing van de belangen en het geluk van anderen.
    • Hoogmoed: Een te grote trots of ijdelheid.
    • Afgunst: Jaloezie op wat anderen hebben of zijn.
    • Hebzucht: Een onverzadigbaar verlangen naar meer, meestal geld, macht of bezittingen, en een drang naar meer dan men nodig heeft. 
    • Toorn: Woede, drift en wraakzucht.
    • Luiheid: Gemakzucht, traagheid of vadsigheid.

      

    Uiteraard wordt de democratie niet alleen bedreigd door de ondeugden van machthebbers, maar eveneens door een onjuiste manier van denken en handelen van de mensen die hun vertegenwoordigers kiezen en door hun verkeerde houding ten opzichte van de instituten en regels en wetten die de basis vormen van de democratie. Vaak wordt ook hun denken en handelen gekenmerkt door een aantal van bovenstaande ondeugden. Mensen zijn vaak alleen met hun eigen belangen bezig of zijn zich niet bewust van de essentiële rol die ze spelen in het goed functioneren van de democratie. Democratie is namelijk een abstract begrip dat inhoud en waarden krijgt door de manier van denken en handelen van alle mensen die er deel van uitmaken: zowel bestuurders als mensen die instituties bemensen en mensen die hen kiezen, controleren en kritisch volgen. 

     

    Mensen vinden vrijheid vaak gewoon omdat ze nooit in de situatie zijn gekomen van extreme onvrijheid. We weten pas echt wat vrijheid, gelijkheid en verbondenheid/broederschap betekent als we het tegenovergestelde ervaren of hebben ervaren. En we zijn doorgaans pas bereid ervoor te vechten als we in een situatie komen waarin we aan den lijve geconfronteerd worden met hun tegenpolen en mensen weer als gemeenschap gaan opereren en eigenbelang opzijzetten.

    Ik hoorde onlangs een deskundige van het KNMI zeggen dat we eerst geconfronteerd moeten worden met rampen ten gevolge van de klimaatcrisis, voordat we echt bereid zullen zijn iets aan de oplossing van de klimaatcrisis te doen. Helaas moeten we constateren dat ons gedrag vaak gekenmerkt wordt door de genoemde ondeugd luiheid: gemakzucht, traagheid of vadsigheid.

     

    Onlangs schreef ik: ‘Als mensen het goed hebben, worden ze ontevreden’. Dat heeft enerzijds te maken met het hierboven beschreven besef: positieve verworvenheden gewoon vinden door het niet hebben ervaren of het zich niet bewustzijn van de negatieve pendanten, tegenhangers. Anderzijds heeft het te maken met het feit dat echte tevredenheid niet wordt bereikt door het hebben van materiele welvaart, zijnde het hoogst gestelde doel van onze kapitalistische maatschappij, maar door het vervullen van onze hogere behoeften, zoals die door de Amerikaanse klinisch psycholoog worden gepositioneerd in zijn behoefteladder. Volgens hem zijn onze basisbehoeften:

     

    1. Fysiologische/lichamelijke behoeften, zoals slaap, voedsel, drinken, seks en beweging.
    2. Behoeft aan veiligheid en zekerheid, zoals in een groep, woning en een stelsel van sociale zekerheid.

     

    Het vervullen van deze basisbehoeften leidt volgens hem niet echt tot tevredenheid en geluk, maar is alleen een voorwaarde om toe te komen aan het werken aan het vervullen van onze hogere behoeften, namelijk:

     

    1. Behoefte aan sociaal contact, vriendschap, liefde en positieve sociale relaties.
    2. Behoefte aan waardering, erkenning en zelfrespect.
    3. Behoefte aan zelfverwezenlijking, persoonlijke groei en ontwikkelingsmogelijkheden.
    4. Behoefte aan zelftranscendentie. Deze behoefte gaat in de kern over het uitstijgen boven onszelf en heeft betrekking op de verbinding met datgene wat groter is dan wijzelf. Dat kan een scala aan dingen zijn: de maatschappij, de mensheid, de natuur, het universum of het goddelijke.

     

    Zolang we deze behoeften niet kunnen vervullen, zullen we een knagend gevoel van ontevredenheid voelen die op allerlei manieren door het kapitalisme en het populisme worden misbruikt.

    Het kapitalisme maakt ons verslaafd aan materiele zaken, waardoor we ze niet kunnen relativeren en ze niet alleen als een basis kunnen zien en ervaren voor het vervullen van onze hogere behoeften.

    Populistische leiders misbruiken onze onvrede om ons, zoals de rattenvanger van Hamelen, te verleiden achter hen aan te lopen door ons de illusie te geven dat zij alles voor ons zullen oplossen en wel door de democratische leiders, instituties en wetten te bestempelen als de oorzaak van alle ellende, terwijl ze alleen maar uit zijn op macht, zoals we zagen bij vele Griekse leiders en ook nu bijvoorbeeld bij personen als Trump. En hun handelen is begrijpelijk, want de democratie is juist opgebouwd om hun machtsmisbruik tegen te gaan.

     

    Er is sprake van machtsmisbruik als iemand zijn positie, bevoegdheid of invloed oneigenlijk gebruikt om zichzelf onrechtmatig te bevoordelen of anderen te benadelen, manipuleren of te domineren en als iemand mensen iets doet of dwingt te doen wat ze niet willen en wat niet geoorloofd is.

    Bij machtsmisbruik wordt doorgaans gebruik gemaakt van de afhankelijkheid, ondergeschiktheid van de slachtoffers ten opzichte van degene die macht uitoefent. De machthebber is fysiek of op ander manieren sterker of kan dreigen met maatregelen die ongunstig zijn. Dat dreigen hoeft niet letterlijk te gebeuren, maar het feit dat hij die maatregelen vanuit zijn positie kán nemen, is al dreigend genoeg, Afhankelijkheid schept mogelijkheden tot machtsmisbruik. Dictators kunnen lang aan de macht blijven doordat zij hun tegenstanders kunnen dreigen met allerlei vormen van in- of uitsluiting.

     

    Tegenover macht staat kracht. Macht is hard en hebben we meegekregen vanuit onze dierlijke afstamming. Kracht is zacht en is een zielenkwaliteit die ook in ons aanwezig is en die we kunnen ontwikkelen door nee te zeggen tegen wat we niet willen of wat niet geoorloogd is en ja te zeggen tegen wat bij ons past, bij onze capaciteiten en persoonlijke en algemene dromen, bij aller diepste zijn dat wil groeien en zich ontwikkelen naar steeds beter, tegen de verdrukking in, zoals in het voorjaar de tulp zich door de harde bovenlaag heen moet worstelen om te kunnen bloeien. Dat houdt wel in dat we risico’s moeten durven nemen, nee durven zeggen en vast te houden aan onze idealen, ook al hangen ons allerlei dreigingen boven het hoofd.

    Als we in onze kracht staan, houdt dat ook in dat we het niet nodig hebben om macht te gebruiken om onze zin te krijgen door gebruik te maken van slinkse mooie praatjes, verleidelijk gedrag, leugens of andere vormen van manipulatie.

    Onze cultuur is niet gericht op het ontwikkelen van kracht maar van macht. Macht en machtsmisbruik zien we overal, gedrag vanuit innerlijke kracht is spaarzaam. Vreemd, want voor krachtige mensen met een natuurlijk gezag hebben we doorgaans meer waardering dan voor mensen met macht. We leren om ons te verdedigen, dus macht op te bouwen, we leren niet om in onze kracht te gaan staan, te gaan staan voor onze dromen en idealen, voor wie we in het diepst van ons wezen willen en kunnen zijn en nee te zeggen tegen wat daar niet in past. Kracht leidt tot gezag, tot natuurlijke, aanvaarde macht die niet onderdrukt maar stimuleert. Laten we onze innerlijke krachten ontwikkelen en gebruiken en onze neiging tot macht en machtsmisbruik onderdrukken onder het motto minder macht, meer kracht.

     

    Als democratie niet functioneert, ligt dat niet aan het systeem op zich, maar aan de manier waarop wij er met zijn allen invulling aan geven, of we de deugden beoefenen die de democratie van ons vraagt en die voortkomen uit de behoefte en noodzaak om een menselijke samenleving te scheppen die gekenmerkt wordt door vrijheid, gelijkheid en broederschap.

    Laten we ons daarom richten op het functioneren van een maatschappij die de basisvoorwaarden schept voor het vervullen van onze hogere behoeften door welvaart na te streven als basis voor onze hogere behoeften, voor ons aller welzijn en laten we weer oog krijgen voor de noodzaak voor het ontwikkelen van deugden die we daarvoor nodig hebben en de ondeugden bestrijden die ons welzijn ondergraven.